>>>programma 2009<<<


KLEBNIKOV CARNAVAL 2009

FREE ENTRANCE

lees dit in het Nederlands

DATE:
august 16th to august 23th 2009

TIME / PLACE:
Sunday 16th: 18 pm- 21 pm (in Cafetaria Stille Waters)
Monday through Saturday: 12 am-21 pm (Evenementenweide + exhibition in Cafetaria Stille Waters)
Sunday 23th: 12 am – 19 pm (Evenementenweide + exhibition in Cafetaria Stille Waters)

LOCATION:
Provinciaal Domein Kessel-Lo, Belgium

FACEBOOK EVENT:
http://www.facebook.com/home.php?#/event.php?eid=108402887969

SPECIAL -KICK-OFF NIGHT SUNDAY 16TH:

Since our  KLEBNIKOV CARNAVAL doesn’t care about any restriction laid down on the free expression of creativity, on Sunday 16th @ 19:00  in Cafetaria Stille Waters within the Domain, we will kick off our festivities firmly with a unique performance by one of the best musicians and songwriters living on earth.

Where does he live? Here of course, at the Centre of the Known Universe, downtown Kessel-Lo.

Who is he? He’s our local King of Rock ‘n Roll, his fame is great but should and will be greater,

it’s mr. P. Van Sant!

sante_flyer_web3

check out his website: http://www.myspace.com/petervansant

Note: Stille Waters is also where our KLEBNI-EXHIBITION will take place

LIST OF PARTICIPANTS
(so far, that is, but growing daily still) – (dates of performances may still change, some participants will perform on more than one occasion, others haven’t decided yet when exactly they will perform) :

Anyone can still decide to participate up until the CARNAVAL ends on Sunday 23th: please read the  Call for works.

Participants will be provided with free food and lodgings if required.


klebnikov_fiche_2

IMPORTANT NOTICE! – BELANGRIJK BERICHT
On previous posts the ending hour may be stated as 22 pm. In fact it ends each day at 21 pm, since by 22 pm the gates of the Domain close!

Op de reeds verspreide promo staat het einduur vermeld als 22u. Dat moet evenwel 21 u zijn, want om 22 u sluit het Domein haar poorten, en dan geraak je er niet meer uit…

KLEBNIKOV-2009-PESTDOKTER_A4

from august 16 to august 23 2009 the second edition of the KLEBNIKOV CARNAVAL will take place.

the KLEBNIKOV CARNAVAL is a participative festival organized by Grapes of Art, De Bereklauw and myself.

during 8 days we let the spirit of free lyricism take over at the Evenementenweide in the Proviciaal Domein in Kessel-Lo, the self-proclaimed Center of the Known Universe.

this is a five year project, the last edition will take place in august 2012.

we do this without any financing, it just happens.

because we need it.

we, that’s  all of us. everyone doing creative work is hereby invited to be either fysically present or send in their works.

this is basically a literary thing, inspired by the great poet Velimir Chlebnikov, but anyone reading this will understand that our aspirations are larger then any restriction laid down by commerce on the free exercise of creativity.

you can send in works of any kind, we will do our best to let them live, show them  in the best of conditions.

because it’s you that are making this happen, we just open the gate for eight days.

please specify the exact manner in which you want your digital files printed, read, enacted or shown. executing just that is our job, the rest is up to you. we would prefer to have you all present here, but we understand the cost of travel.
your participation will be rewarded by our hospitality (we guarantee free lodgings and food for everone participating) and a growing international renown.

any material objects will be kept in the KLEBNIKOV CARNAVAL archives, a so-called perdotheque, that will be shown entirely on each consequent edition and find a permanent location after 2012.

please send your material objects with specifications to:

KLEBNIKOV CARNAVAL
Smidsestraat 31,
3010 Kessel-Lo
Belgium

please send your digital files with specifications to:

dirk_at_vilt.net

thanks,

dv

Didi de Paris volgt oplettend het Khlebnikov-festival! Foto Cis Van Nijverseel De Paris volgt oplettend het Khlebnikov-festival! Foto Cis Van Nijverseel

vrijdag 21/0812u-21u

19u: Alain Delmotte (B) – gedichten /performance  Elvis Peeters (B) – proza / gedichten  (watch out: Elvis will leave the building soon!) Antoine Boute (B)  - porno-lettrisme in het kwadraat Peter Holvoet-Hanssen (B) - brengt speciaal voor Khlebnikov fragmenten uit zijn anti-roman “De vliegende monnik“! Herlinda Vekemans (B) – gedichten J.E. Falloise (B) – proza/ gedichten De Brahmaanse Inlichtingendienst (NL) – lyriek* (als ze tenminste toelating krijgen de grens over te steken)

NACHTELIJKE ESCAPADE: Didi de Paris (B), al jaren een notoir (information -jockey)neemt, geïnspireerd door markante data (o.a. de eerste maanwandeling, Woodstock en The King of Pop), het publiek mee op een WOODSTOCK MOON WALK

zaterdag 22/0812u-21u

OPGELET: de Brahmaanse Inlichtingendienst verzorgt zaterdag vanaf 17: 00h  tot/met 22:00h een directe radiouitzending met geluidsimpressies van  het Chlebnikov festival 2009. Geplande uitzendtijden : zaterdag 22 augustus 2009  17:45-18:00    18:45-19:00  19:45-20:00
20:45:21:00 21:45-22:00  Het programma is te beluisteren via de programma’s Burgerwaanzin,  Schijndood: Live! 17:00u – 20:00u en Gelul met Krul 20:00u – 22:00u) via de vrije ether: Radio Patapoe 88.3 mHz FM Amsterdam en via internet livestream: http://icecast.freeteam.nl/patapoe.m3u

17 u: Geert Wageman (B) – muziek Antoine Boute (B) – performance Christian Déquesnes (FR) – performance Picardien Han van der Vegt (NL) – gedichten Lukas Husgen (NL) – lezing over Kurt Schwitters – gedichten – proza – gedichten Ton van ‘t Hof (NL) – gedichten

NACHTELIJKE ESCAPADE: Didi de Paris (B), neemt het publiek mee de donkere wouden van Kessel-Lo in , voor No Man’s Land. Hij brengt hulde aan JMH Berckmans en Kamiel Vanhole, twee overleden vrienden-auteurs.

zondag 23/08

12u-18u literaire pick-nick met fotoshoot, zie http://www.facebook.com/event.php?eid=135341651350

15 u: Big Nose Jim (B) – muziek   jong, aanstormend en talentvol http://www.myspace.com/bignosejim Philip Meersman (B) – performance Dirk Elst (B) – performance / muziek Helen White (B/UK) – lyriek* 16u: Wolf – muziek. Joris Vercammen en Laura Verlinden Geniet alvast op http://www.myspace.com/wolfsamples

NA REGEN KOMT KHLEBNIKOV!!!!!

vrijdag 21/0812u-21u

14u: Paz Smidt (B) – gedichten+ avant-première bundel “Sterrenwandelaar” 15u – 18u: Ambrose Priest (B) -vertelsels en gedichten 18u-19u: de zeer vrije lyriek!

Avondprogramma: 19u: Alain Delmotte (B) – gedichten /performance J.E. Falloise (B) – proza/ gedichten De Brahmaanse Inlichtingendienst (NL) – lyriek* Elvis Peeters (B) – proza / gedichten Herlinda Vekemans (B) – gedichten Peter Holvoet-Hanssen (B) – brengt speciaal voor Khlebnikov fragmenten uit zijn anti-roman “De vliegende monnik”!

NACHTELIJKE ESCAPADE: Didi de Paris (B), al jaren een notoir <i.j>(information -jockey) neemt, geïnspireerd door markante data (o.a. de eerste maanwandeling, Woodstock en The King of Pop), het publiek mee op wandel voor een WOODSTOCK MOON WALK

zaterdag 22/08 12u-21u

16u:Ton van ‘t Hof (NL) – gedichten 17 u: Geert Wageman (B) – muziek 18u-19u: de zeer vrije lyriek.

Avondprogramma: 19u: Alain Delmotte (B)  - gedichten /performance Antoine Boute (B) – performance Christian Déquesnes (FR) – performance Picardien De Brahmaanse Inlichtingendienst (NL) – lyriek* Han van der Vegt (NL) – gedichten Lukas Husgen (NL) – lezing over Kurt Schwitters – gedichten – proza – gedichten Philip Meersman (B) – performance

NACHTELIJKE ESCAPADE: Didi de Paris (B), neemt het publiek mee de donkere wouden van Kessel-Lo in , voor No Man’s Land. Hij brengt hulde aan JMH Berckmans en Kamiel Vanhole, twee overleden vrienden-auteurs.

zondag 23/08 12u-18u

literaire pick-nick met fotoshoot, zie http://www.facebook.com/event.php?eid=135341651350 15 u:

Big Nose Jim (B) – muziek jong, aanstormend en talentvol http://www.myspace.com/bignosejim Dirk Elst (B) – performance / muziek Helen White (B/UK) – lyriek* 16u: Wolf – muziek. Joris Vercammen en Laura Verlinden Geniet alvast op http://www.myspace.com/wolfsamples

Deelnemers die nog niet hebben laten weten wanneer precies ze iets komen doen, en zij die op meerdere keren, afhankelijk van de stemming van hun lier, wel ’s zullen komen binnenvallen: Adriaan Krabbendam (NL) – gedichten De Bereklauw Bewoners (verscheidene nationaliteiten) – vanalles Grapes of Art (B) – zang / proza /gedichten Hadewijch Verhenne (B) – gedichten Xavier Roelens (B) – gedichten / performance

Doorlopend vanaf maandagnamiddag 17/08: dv leest een selectie uit zijn ‘Het Pad van de Wenende Nacht’ maar dan in omgekeerde volgorde en gelardeerd met recenter werk, enkele dizaines uit de Délie van Maurice Sceve, werk van Michel de Ghelderode en Velimir Chlebnikov en vertolkt ingezonden teksten van SAGE, John M. Bennett en Bjørn Magnhildøen

KLEBNI-EXPOSITIE in Cafetaria Stille Waters grafisch werk van: Christina McPhee (US) Dórian (Braz) dv (Kessel-Lo) Grapes of Art (B) Jan ‘Indip’ Vossen (B) Niko Vassilakis – Karl Kempton (US) video van: Alan Sondheim (US) Chris Mann (Aus) Christina McPhee (US) Frater Surralle & undRess Béton (De) Miekal And (US) In de vertelseltent op het terrein op de Evenementenweide: dezelfde video’s als in Stille Waters minus die van Christina McPhee plus werk van Bjørn Magnhildøen (No) en Doron Golan (Isr) objecten van SAGE, dv (o.a. iets met tekst van Han van der Vegt, maar dat wordt in de loop van de week nog aangemaakt ter plaatse) en wat er nog zoal aanspoelt in de KLEBNI- CARAVAN kan je tijdens de openingsuren de Carnavalbibliotheek raadplegen, met o.a. vertalingen naar het engels van Velimir’s werk. Bij afgifte van je ID-kaart kan je met een boek het terrein op en een rustig plekje zoeken om te lezen. Er is een Klebni-Kinderskoffer met speeltuig voor jong en oud, petanque, een badmintonnet, materiaal om te tekenen, knutselen & schilderen, untsoweiter… je kan vooral ook het impressionante werk van Ilse Derden van Grapes of Art, ‘Le rêve de Michel de Ghelderode’ komen bewonderen, op basis waarvan het affiche dit jaar gemaakt is. Het werk (6m x 4,5 m) wordt wellicht dé attractie van deze editie, het staat dan ook centraal opgesteld als decor voor de actie in het amphitheater. je kan er zelf wat van maken door je ding te doen op het podium, je waterbestendige werken aan de ellenlange spiraal waslijn te hangen rond het tdie errein wordt opgesteld (ja, er zijn wasknijpers voorhanden), pick-nicken, keuvelen, discussiëren, dansen, whatever, zolang het maar in de juiste stemming van de lier gebeurt. * Als er ‘lyriek’ staat bij iemand , is het ofwel ons onbekend, ofwel teveel om uit te leggen, of onbeschrijflijk mooi, of een combinatie van al die ofjes. Yes we can!

Beste deelnemers, bezoekers  en sympathisanten van het KLEBNIKOV CARNAVAL, editie 2009,

Hierbij de afspraken gemaakt door mij met de beheerders van het Provinciaal domein in Kessel-Lo. Ik deel deze vooraf publiekelijk mede om ev. misverstanden of overbodige discussies tijdens het gebeuren te vermijden.

Namens Grapes of Art, De Bereklauw en mijzelf als officiële verantwoordelijke van dit unieke gebeuren dank ik u voor uw begrip.

dirk vekemans

OPZET VAN DE ACTIVITEIT

Van 16 tot 23 augustus 2009 organiseert Vilt (Dirk Vekemans) een poëzie-evenement op de evenementenweide van het domein Kessel-Lo.

De toegang is gratis voor bezoekers.  Er wordt niets verkocht tijdens het evenement.
Vilt plaatst een 2-tal tenten, een 5-tal caravans en een lichte geluids- en/of projectie-installatie.
Ook zou er op 1 van de dagen een boeken- en kunstmarktje gehouden worden, met standjes van mini-uitgeverijen en artisanale/artistieke kleinoden.
Het amphitheater met de rotonde wordt de kernlocatie van het evenement.
Deelnemers kunnen eventueel nog bijkomende info- of expositie-standjes plaatsen, maar dienen die zelf te beheren en vóór 21 uur af te breken. Verkoop wordt niet toegestaan.
Er zouden ook nog een viertal grote vlaggen/doeken worden opgericht om het gebeuren visueel te markeren.

OPBOUW EN AFBRAAK

Opbouw en afbraak gebeuren door Vilt.
De opbouw gebeurt op 16 augustus vanaf 11 u.  Vilt contacteert de domeinwachters bij aankomst.
De afbraak gebeurt op 23 augustus.  Vilt verlaat het domein voor 22u.

TOEGANG, LADEN & LOSSEN, OPBOUW

Toegang langs parking 4 Domeinstraat.
Het is niet toegelaten gemotoriseerde voertuigen in het domein te parkeren.  Laden & lossen is wel toegelaten.
Bij voorkeur worden de (dolomiet)wegen gebruikt.  Alleszins wordt er niet meer dan strikt noodzakelijk op het grasveld gereden om schade te vermijden.
Bij een natte ondergrond wordt afgeraden om op het gras te rijden (o.a. om vastrijden te vermijden).

BEWAKING

Vilt zorgt zelf voor bewaking tijdens het evenement.  Een medewerker kan blijven slapen en krijgt hiervoor een sleutel van de poort van het domein (af te tekenen bij domeinwachters).  De domeinbeheerder brengt de politie hiervan op de hoogte.

WEGWIJZERS PLAATSEN

Vilt mag wegwijzers plaatsen, zonder hierbij bomen of vaste elementen in het domein te beschadigen.  Bij voorkeur gebeurt dit met touwtjes.
Vilt verwijdert deze zelf na de activiteit.

VARIA

Het domein zorgt voor electriciteitsvoorziening tot op de evenementenweide.  Vilt takt af vanaf een door het domein geplaatste electriciteitskast.

Vilt zorgt zelf voor het verzamelen, verwijderen en afvoeren van afval.  Afval wordt meegenomen door Vilt.

Eventueel kan Vilt de laatste avond (zaterdag 23 augustus) later dan 22u. blijven.  Vilt verwittigt de domeinwachters hiervan de dag voordien en spreekt met hen een einduur af.  De domeinwachters sluiten het domein af.  De inzet van domeinwachters wordt verrekend aan 35 euro per begonnen uur, met een minimum van 2 domeinwachters.

Parkingjetons (voor de bezoekers aan het evenement) kunnen bij de domeinwachters afgehaald worden aan 2 euro/jeton.  Niet verkochte jetons worden teruggebracht bij de domeinwachters en niet aangerekend.

CONTACTGEGEVENS

Vilt – Dirk Vekemans   gsm 0476-49 48 18
adres: Smidsestraat 31, 3010 Kessel-Lo

Domeinwachters – 016-25 20 30

BETALING

De kostprijs voor de huur van de evenementenweide bedraagt 20 euro/dagdeel (electriciteit incl.).  De eventuele meerkost voor de inzet van domeinwachters na het sluitingsuur is hierin niet inbegrepen.

Betaling na ontvangst van factuur.

Kinders, scherpt uw oren want ik schraap mijn keel:

Vanaf heden vrijdag 16 januari 2009 om 10:13  is opgericht de KLEBNIKOFFER, een participatief recyclagecentrum van creatief afval,  een Perdotheek

De KLEBNIKOFFER bestaat en zal bestaan  uit AFVAL
te weten:

  • (restanten van deelnames aan) van  het KLEBNIKOV CARNAVAL
  • Neo-Kathedraals creatief AFVAL die ons aangereikt worden door DERDEN (gene paniek Ilse, het zijn deze keer derden in het algemeen).

Voor dat laatste doen we een beroep op uw PARTICIPATIEVE INSTINCTEN.
Tijdens het NIET-CARNAVALESKE gedeelte van het jaar ( alles behalve de voorlaatste week van augustus) ontvangt deze perdotheek gaarne van u, U, en ja, ook U
milde schenkingen in de vorm van

  • uitgaven van visuele, grafische en concrete poëzie
  • houtsneden, litho’s, grafieken, tekeningen, aquarellen, schilderijen van Kathedraals Niveau (deze werken mogen niet groter zijn dan de A2 papierstandaard)
  • kleine objecten die op bevattelijke wijze  het spoor dragen van creatieve ingrepen
  • partituren en muziekopnames in diverse formaten
  • muziekinstrumenten van eigen vinding
  • theaterteksten en scenario’s
  • strips, beeldverhalen en grafische romans
  • losse teksten, afgedrukt of handgeschreven
  • collages, mixed-media werken en mail-art
  • gedichtenbundels, prozawerken en theoretische geschriften uitgegeven bij reguliere uitgeverijen
  • gedichtenbundels uitgegeven in eigen beheeer, via Print on Demand (POD) of in manuscript
  • digitale bestanden met scans of broncode van bovenvermelde materiële dingen mogen ook, maar stuur die toch gewoon naar POETRY KESSEL-LO POEZIE, dan heeft iedereen daar plezier van

In afwachting van een degelijke Deponeringsdienst kan U  uw creatief afval per post of per afgave bezorgen aan:

KLEBNIKOFFER
Smidsestraat 31
3010 Kessel-Lo
Belgium

De ontsluiting van de perdotheek naar het grote publiek is momenteel nog het voorwerp van interne discussie, maar alleszins zal de KLEBNIKOFFER integraal aanwezig zijn op het eerstvolgende KLEBNIKOV CARNAVAL, gehouden van 16 tot en met 23 augustus 2009.

Inzendingen worden door de dichtsbijzijnde Kathedraalauteur publiekelijk (via een blog) en naar beste vermogen beoordeeld. Dat publieke beoordelingsproces noemen we een perditiekeuring. (“Wel Fred, euh, leustert hier”).

Indien zij niet voldoen aan de Kathedraalse KLEBNIKOV WASTE-NORM, een Kathedraalse programmaconstante van onbekende waarde, zal er een passende bestemming voor gezocht worden. Het weze duidelijk dat uw inzending op deze manier alleszins enige publiciteit zal verkrijgen, en dat is in deze barre tijden al niet slecht als begin. Vermeldt dus zeker al uw  URL’s  en de contactgevens zoasl u die geweten wil hebben.

derevi -a -nnye idoly (pdf)

Author: Khlebnikov, Velimir, 1885-1922.
Uniform Title: [Izbornik stikhov, 1907-1914, s poslesloviem rechi·a·ri·a·]

Title: Izbornik stikhov, 1907-1914, s posli·e·sloviem
ri·e·chi·a·ri·a· / V. Khli·e·bnikov ; [11 risunkov
Filonova (kist´, pero i ri·e·zet·s·) ; 1 ris. K.
Malevicha ; podoben´ V. Khli·e·bnikova ris. Nad.
Burli·u·k].

Variant Title: Selected verse, 1907-1914, with an afterword by the
speaker. eng

Publication Information:
[Petrograd] : EUY, 1915.

Description: 48 p., [16] leaves : ill. ; 21 cm.

URL: Lithographed excerpt from “Derevi·a·nnye idoly”
http://archives.getty.edu:30008/getty_images/digitalresourc
es/russian_ag/pdfs/gri_88-B25483.pdf

Notes: In 2 sections, the first with letterpress poems and
Khlebnikov’s afterward, the second a lithographed
excerpt from his “Derevi·a·nnye idoly,” handwritten and
illustrated by Filonov.
“2-i izbornik V. Khli·e·bnikova.”
Cover port. of Khlebnikov apparently by Mayakovsky, rather
than Nadii·a· Burli·u·k.

Additional Formats:
Lithographed excerpt from “Derevi·a·nnye idoly” also
available online in PDF format.

Local Notes: Library copy imperfect: p. [31]-[32] wanting.

Form/Genre: Avant-garde books–Russia (Federation)–Saint Petersburg
–20th century.

Additional Authors:
Khlebnikov, Velimir, 1885-1922. Derevi·a·nnye idoly.
Selections.
Filonov, Pavel Nikolaevich, 1883-1941.
Malevich, Kazimir Severinovich, 1878-1935.
Mayakovsky, Vladimir, 1893-1930.
Burli·u·k, Nadezhda Davidovna, b. 1895?

Additional Title: Russian avant-garde books (Getty Research Institute
digitized materials)

Provenance for Copy 1:
Malburet Collection

ID number: 88-B25483

______________________________

Location: GETTY INTERNET ACCESS

Call Number: 88-B25483

Status: Available
______________________________

Location: SPECIAL COLLECTIONS – CONTACT REFERENCE

Call Number: 88-B25483

Copy: 1

Status: Available

================================================================================

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Research Library
Getty Research Institute
1200 Getty Center Drive, Suite 1100
Los Angeles, CA 90049-1688 U.S.A.

Phone: (310) 440-7390
URL: www.getty.edu/research/conducting_research/library/

Verdriet

 

 

 

 

 

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

[De scene is de Ondergang van de Herald of Free Enterprise.

Marcel van de Mosselbank (voorheen bekend als Marcel van het Tekstboutiekske, nen plezanterik, maar sinds hij de grote Bezieler van de Alternatieve Mosselbank werd, is dat al veel minder), probeert met ingehouden dramatiek verslag te doen van de schokkende taferelen.

Uiteindelijk slaagt ook hij er niet in het menselijk leed uit de klauwen van de op sensatie belustte samenlevingsexploitanten te houden. Het zinken houdt aan.De lijken drijven af.

Willie de Wael, bijgestaan door de SlëngerKlumpf voorziet de gebeurtenis dan maar passend met enkele tekstvomitaties]

Marcel van de Mosselbank:

Er. Daar. De woordbreuk: die bibberlip
die spuughuig die blaaskeel die
longdrift dat tongsplijten van wind
in de wind.

Dit verhaal bekomt hem stilaan als een meshaal,
standhouden wordt knap lastig als de klank
& de zin als koedarmen uit koebuiken zijn ik
uitvallen.

Een kwak sjanker op tafel, een niet-aangesloten
serie singulariteiten: Izeganz met een resem
foutmeldingen op het scherm getiteld ‘Mijn
Herinneringen: Opties’.

Pleroma La Creatura:

Stel nu je eigen Fiat samen.

Marcel van de Mosselbank:

Oei. Willie de Wael rekt plofjes knokelgas
uit zijn lange vingergewrichten. Daar. Er.

Willie de Wael bijgestaan door de SlengerKlümpf:

De ether trest zich in uw haar tot klit
het wemelen der gronden versteent
waar gij zit, het vuur vervriest bij u
tot purperen stand, de baren braken

scherven spiegels grijswit op uw land:

  • BAARG
  • KENIM
  • WORTG
  • GRSAM

Slapen doen wij staande in het veld
Eten is ons ‘t zout van zeewind op de tong
Verhalen ons vertellen niet het leven
Liederen ons zingen niet het leven
De handen ons in kruimels breken
de voeten ons in zwarte brokken breken
de woorden onze kelen als glas oprijten
het bloed ons in de grijphanden stelpt

de zin uit onze woorden breekt

wat ons verhalen?
wat ons toezingen?
welke markten gij ons nog/nu weer/weerom wilt opduwen?
hoe ons de zotskap nog opdwingen?

waar gij uw rechten haalt?
waar gij u de mond nog roeren durft?
welke eierschaal gij ongebroken laat
in uw hoovaardig boven onze asse zweven?

wij die uw doden zijn
wij die u maken
wiens brood gij eet

wiens naam gij dagelijks misbruikt
wiens leed gij ter uwer aanwendt
als ware het velours waarmede
gij uw zetels tooien kunt, u
het wegdeemsteren veraangenamen
in de sliertenbrij waarin gij
uw billen hebt te rotten gedraaid.

er zijn niet de tientallen monden die u wraken
er zijn niet de duizenden, miljoenen zijn er niet
wij spreken niet in een geruststellend legio
het is de ene mond slechts die u

langzaam met de vinger op & openroert
die dreigt u de mond te aaah-likken,
in het hol te spierzoeken, afbijten

de dappere tong die nu nog klakt van zo toch niet
het recht dat in dit striemen
u ter wille zwijgend wederspreekt

want neen gij hoort dit niet:

gij propt uzelven met uzelven
tot de barsten op, gij wikkelt
u ‘t eigen roemen om de hals
tot het u nanekt tot in’t vals,
gij schroeft u d’ eigenwaan
als wazig dopje op de glazen

kop, gij ziet uzelf door u met
niets dan warr’ge letters ‘ik’
erop:

  • VRNZEUW
  • KWOLMNI
  • AAOERTGF

[…]

de stille draaaiing waar gij kleurenweelde vindt
verwekt de walg & ´t kreten van elk kind:

  • GMOEBKLAUIGH

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

UITVOERINGEN/PUBLICATIES

Vlak 5 van \
dv 2008,
minimale uitvoering in Marie’s Water Colours &
houtskool op papier (A4 formaat)


* Herald of Free Enterprise: op 6 maart 1987 verging dit zgn. roro-schip in een mum van tijd voor de kust van Oostende. Er waren 193 dodelijke slachtoffers. Zie hier voor een verslaggeving met video van de ramp van de BBC.

Hier vind je altijd de allerlaatste versie van de broncode van
Het Pad van de Wenende Nacht.

Nieuwere releases zijn niet noodzakelijk ‘beter’.
Ze zijn waarschijnlijk wél beter aangepast aan hun verschijningsdatum.

Download de laatste release (4.6):
het-pad-van-de-wenende-nacht versie 4.6 in pdf

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

(een ArrayList van personages)

  • Izeganz, de Beloofde Zanger Die Sterft
  • Reva, de afwezige geliefde van Izeganz
  • Tante Sizzle, Eertijdse tante
  • Willie de Wael, manager van een doodsprentjesdrukkerij
  • SlengerKlümpf, een Kesselse klomp
  • Jef, een zeveraar en dronkaard
  • Marie, een oude, droge pruim met groen-purperen korsten op
  • Het VerzetsHoofd, verteller & leider van het Internationale Hoofdloze Verzet
  • Pleroma La Creatura, een supra-humaan blondje belast met de midden-tekstuele productplacement (o.b.a. PLCeetje van de MPP)
  • Rafeltje, het Gruwelijke Randstadspook
  • Marcel van de Mosselbank
  • Einstein, Wittgenstein en Whitehead, krijtrotsen
  • Het Koor van de Verbijsterende Inval
  • Jeanke de PvO-Pleonast
VORIGE VOLGENDE

INHOUD

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

A ambieert het zijdelingse tijdruisen tijdens de dissolutie van het ik

B beoogt het sterbezaaide oponthoud in de dissolutie van het ik

C wil de stilte ’sans cesse’ bij het verzwijgen van de dissolutie van het ik (voortaan verzwegen)

D zoekt het Wicht in de Noodweerbalans, haar stromen, haar zandzakjes

E poneert de lichtgrens analoog aan de boomgrens (houthakkersmentaliteit)

F zucht om de kwetsbare stemspleet

G aanbidt de verwantschap ten einde als het Ware te verschijnen

H omcirkelt de fazen instantiatie – distantiatie – kwantificatie -(dis)kwalificatie

I is het in van de letters, het uitloze van de cijfers

J plakt de schaduwen rondom de schaduwen rondom de schaduw van de leegte

K verwezenlijkt de perverture van haar schoonheid daarin

L belichaamt het openbloeien der lusten van groen tot purper tussen de beddelakens

M herhaalt het zilveren dijglijden in, uit, waar of hoe dan ook, van de onbetamelijke begeerte

N verbeeldt de druipende essentie van horror in de donkerste put van uw dromen

O omzeilt de bleekheid van het zich generende vlees in de lagen velours gewikkeld

P beslaat het geheugen van een eiland dat een eiland in het geheugen is, de palmboom ziet al schepen voor het strand getekend is

R ratelt de tijdsrek die wij stervende verwekken

S sommeert de troost, altijd verschralend bij het aanbreken van de woordendageraad, van de innige liefde

T gebiedt te genieten van elke zonsondergang zoals wij ook genieten van uw ondergang

U zuigt als een attractor de zoekende stem aan van het gebed in het untsoweiter

V vervelt als een slang met de nieuwste bevelen uit het untsoweiter

W verwenst de onafwendbaarheden, snerpend & zuur als ware het vol van Tiens citriet, in het untsoweiter

Z bepaalt de prijs van het untsoweiter

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

[PWN- release 4.6.1 07/06/2008]

INHOUD

VOLGENDE –>

  • Het Pad van de Wenende Nacht is een literair programma. Het bestaat evenals “Zangezi” van Chlebnikov uit 21 delen (20 Vlakken plus één interludium) waarvan u hier de basiscode aantreft, geprogrammeerd door de Auteur, een fictie bestaande uit bewustzijnstromen van Dirk Vekemans versneden met liters koffie en op snelheid gebracht door de deeltjesversnellers van het team van wetenschappers van Grapes of Art. Elk Vlak is een open communicatiepoort tot het geheel.
  • De code van het programma van Het Pad van de Wenende Nacht kan worden verspreid in boekvorm of digitaal (in een PDF-bestand, of in html-bestanden zoals hier bv). Elke verspreiding (release) van het programma gebeurt onder CC licentie (Creative Commons by-nc-sa 3.0) met enkel beperkingen voor commerciëel gebruik. Die licentie houdt grofweg in dat u met het werk mag doen wat u wil, zolang u maar de herkomst van de originele bestanden vermeldt, afziet van commerciëel gebruik en uw verwerking een soortgelijke licentie meegeeft.
  • Elke release gaat (zoals een package in Java) vergezeld van een manifest ( het Lettermanifest waarin het Neo-Kathedraalse Elfabet wordt geïnitieerd) en een LEES MIJ bestand (dat gelukkig veelal ongelezen blijft). Neo-Kathedraals verwijst naar het gedachtengoed door dv & anderen ontwikkeld binnen de Neue Kathedrale des erotischen Elends ( zie www.vilt.net)
  • Vlak 20 is een gebeuren genaamd de Chlebnikoffer, een samenwerkingsverband met het collectief Grapes of Art. De Chlebnikoffer is een Neo-Kathedraalse recursieve structuur die bestaat uit vele delen allerlei moois waarvan er minstens één deel de gehele code van Het Pad van de Wenende Nacht bevat. Om evidente redenen is een volledige afdruk van de Chlebnikoffer helaas onmogelijk.
  • Het staat gebeurlijke uitvoerders van Vlakken van dit Pad geheel vrij hoe zij de aangeboden code compileren tot een uitvoering. Men kan de bestaande code aanpassen of geheel verwerpen, men kan teruggrijpen naar de originele code van Velimir Chlebnikov en deze patch negeren, men kan volstaan de aangeboden code simpelweg voor te dragen of er miljoenen euro’s verslindende superproducties van maken.
  • Elk Vlak van het Pad, behalve het laatste, is een sterfscène van het hoofdpersonage Izeganz. Daar waar Izeganz zelf niet aan het woord komt, dient men deze avatar ergens in een hoekje van het verbeelde op merkbare wijze te laten wegkwijnen.
  • Het Pad van de Wenende Nacht is een dramatische supersaga.
    Het loopt slecht af, keer op keer.
    Het komt niet goed.
    In tegenstelling echter tot het klassieke drama, waar de dramatische spanning binnen een eenheid van tijd en plaats wordt opgebouwd naar een catharsis, wordt hier de catharsis zelf in elk Vlak uitgerokken tot een vlak, een tijdruimtelijke singulariteit waarbinnen een virtuele uitvoeringsbeweging zich kan voltrekken.

    Het Chlebnikoviaanse begrip van de ‘Supersaga’ is hier dus geëvolueerd tot een configuratie van expansief ingestelde ‘werelden’, de code getuigt van een fundamentele openheid, analoog aan de multipliciteit van het reële, en binnen de uitvoeringspraktijk wordt er gestreefd naar een verrijkende emancipatie van de potentie binnen het reële.

    Dit overigens geheel analoog aan de ontwikkelingen in de ‘normale’ ervaringswereld waar de automatisering en de transcodering van het programmatorische paradigma (binnen de media, maar vooral in de materiële doorwerking van de productieketen) voor een soortgelijke maar als verstikkend/verstarrend/destructief ervaren actualisatie van het virtuele veld zorgt. Daar waar het kapitale bestel de virtuele vluchtroutes barricadeert wil het Pad het duister veilig stellen, de vlucht mogelijk houden “in het alsmaar diepere donker/ van licht naar het licht/ van de ander”.

    De lyrische stroom kruipt op die wijze waar ze niet gaan kan, & op paradoxale wijze is de dissolutie van het monadische bewustzijn de enige manier geworden om de ‘vrije’ voortgang (in tegenstelling tot de ‘finale’ vooruitgang naar de dood)te continueren binnen onze tijdruimte. Net als bij Chlebnikov gaat het dus om een verkenning van de noodwendigheden van de Tijd, maar geupdatete naar onze huidige positie.

    De opengebroken potentialiteit is echter ook consequent positief en supra-individueel gedacht. Uw potentie is daarbij onze potentie. Wij allen zijn slechts Virtuele Individuen in de gezamelijke opbloei van het Leven Tesamen.

    Ruist, gij zwarte zeilen van de Tijd!

[PWN- release 4.6.1 07/06/2008]

Download de laatste release

Russian culture navigator

SMITURICH-KHLEBNIKOVS: ART TRADE RUNS IN THE FAMILY
By Y. Andrusenko

An exhibition of paintings by the Miturich-Khlebnikov dynasty of painters is under way at the Tretiakov Gallery in Moscow. All 4 painters have had personal exhibitions before, but it’s the first time they put their works together for public display. Petr Miturich, his wife Vera Khlebnikova, their son May Miturich and their grand-daughter Vera Miturich-Khlebnikova are connected not only by family relationship but also by a special family style.

In 1916 painter Petr Miturich married a sister of the well-known Russian poet, a futurist and one of the leaders of Russian avant-gardism Velimir Khlebnikov. Struck by Khlebnikov’s outstanding personality, Miturich adopted his artistic vision. In the 1920s he created futuristic paper composition with lines from verses by Khlebnikov and another futurist poet, Alexei Kruchenykh, inscribed on them. “The beautiful world is dying but we are immortal”, one of them says. These words turned out to be prophetic: the Miturich family has managed to preserve something more fragile than paper fantasies – the atmosphere of creativity, freedom and love. Petr Miturich may well be regarded as the father of dimensional graphics. His ideas nearly perished in the cruelest and pragmatic-minded 20th century. His son May brought them back to life, using old photographs. The exposition begins with a wooden hoarse the 5-year-old Petya Miturich cut out from … his new leather sofa. His father liked it so much that he didn’t punish the boy. One reason why there were more geniuses in the early 20th century may be that they can’t evolve in a society in which a sofa is valued more than talent.

Of special interest are models of flight apparatuses and wave-boats invented by Petr Miturich. “My father noticed that all living creatures in this world moved according to an oscillation principle”, May Miturich says. “Considering linear and rotating movement faulty to a certain extent, he sought to create apparatuses that could move on land, in water and air. But he never advanced beyond small-size models made out of old alarm-clocks and other waste materials. All his life he was convinced that the oscillation principle of movement – at present it is known as bionics – would conquer the future”.

Miturich, who called himself the stern realist of the era of avant-gardism, agreed with Khlebnikov that nature was a constantly changing organism. Looking at his paintings and graphics, one feels the pulse of nature in every line and in every stroke. “A painter has a rich fantasy”, Petr Miturich said. “He is absolutely free from pseudo-naturalism. His works are a product of abstract vision of real forms that exist in nature and human culture”.

His wife Vera Khlebnikova devoted herself entirely to her family, which is reflected in the subjects of her paintings: an overcoat on a rack, washed linen during on a rope, views of places visited during rare trips together on summer vacations, portraits of close relatives. “Since my early childhood I was surrounded by painters”, May Miturich recalls. “All our friends were painters, all talk was about art. Up to a certain age I thought that all people, except a yard-sweeper and a milk-seller, were painters”.

“There is no exhausting the new in nature, the same as one can’t reach the horizon”, May Miturich admits. His mother’s collages made of old letters, postal receipts and old stamps reflect a conviction that an artist must not necessarily be on the “trunk line” of history, but is free to build his own hierarchy of values.

Technorati labels:

[mystieke tafelrede van Willie de Wael gehouden op de koffietafel bij de nde begrafenisplechtigheid voor zanger Izeganz]

Stof & stasis van het verbeelde wiel

een trits overwegingen om met het oog op
de uiteindelijke vereenzelviging met het kosmische Zelf
alvast uw Albasten Ego te zandstralen

Schets (draaizang) voor een beeld op een zwart tafelblad door glasscherven omgeven

waarin de weerspiegelingen van het egolog het zoekende oog de stippelijnen aanreikt
& de stippellijnen zich onfeilbaar kruisen zullen tot een
crosshair op het beoogde doel

[klik ritmisch met de muis om de audio te starten]

het ogenblik o nabij
waarin de gedachte g zich
in het echte e vermag te verharden


[ willie heeft een pistolet met kaas in de ene hand en een zakdoek in de andere waarmee hij zich de druppels koffiemelk uit de snor dopt]

wanneer wij, vrienden – heel phrygië zingt ons de lof -
in de vlakke uitgestrektheid van het te belopen veld
boven onze kokhalzende lijven te klapwieken hangen
als zovele vleermuizen, een geheugen lekkende zwerm
vette vleugelachtigheden in de blinde zakken
van het in de strikte wetten van ons ik verstrikte Zelf

wij die in de bosjes de rijksdaalders
uit de geklemde kaken der gesneuvelden breken
terwijl de muildieren pogen zich te rechten
hoezeer ook hen de noodzakelijke achterpoten

wij wiens vingers de vingers beroeren
wier armen de armen inbinden
wiens benen de benen kappen
wier hoofden zich bezakken met het muffe heden
& met de oogleden weggesneden
opdat ons het duister daarvan optimaal zou inbranden

zoals men vroeger placht honden van hun staart
te ontdoen (waarna het gelijk tenminste
eenduidig onderbuiks onze kant op kon vallen
& het hondstrouwe vertellen een aanvang nam)

(de deining van de gemoederen in het gekende ritme van de leugens)

(er zijn achteraan nog emmers beschikbaar)

& nog terwijl hij haar nog zag het gelaat begon al te schroeien
de ogen als druppels in het slijk dropen -
van wanhoop het tranen die traan in stagneerde
het vel in flarden de lucht met haar tekening van leder bedraadde
de noodzaak die zich aftekende te verzaken

  1. aan de herinnering zij leidt slechts af & in bekoring & naar een gemakzuchtige waanzin
  2. aan de verbeelding zij leidt slechts af & in bekoring & naar een gemakzuchtige waanzin
  3. aan de liefde zij leidt slechts af & in bekoring & naar een gemakzuchtige waanzin

de lijst leek eindeloos maar voorwaar: het draaien
uit de ene beweging in de andere resulteert in een geheel nieuw lichaam
waardoor hij vervolgens in haar ogen kwam tot loutering & de lust
implodeerde die het oude lichaam uit was gedraaid, terwijl het nieuwe
de nieuwe lust & de nog glazige zang aansneed

in een wilde gloed van oranje schittering
het vuur herontdekte dat als een koorts
in haar botten sluimerde.

& Waarom niet: ter kennisgeving
dook op een eender wiel, oneigenlijk
echter in de zwelling van het ronden ingezet.

Het oneigenlijke lichaam draaide zo herhaaldelijk
de denkbeeldige scene op: een wildgroei van fragiele rondingen,
een rafelige rijkdom van tedere onaantastbaarheden
die zich wellustig in de materie uitslingerden,

waarin bv de kille beheersing ontbrak & het doodse gemak
ontstaan uit de dagdagelijkse omgang met uw terreur
waaruit de woorden als te fel opgespannen glas uitbarstten & de grimas als een leegte
op de achterliggende materie achterbleef, aldus het gemis zelf tot een angstwekkend toonloos brullen
verschreef. & o, zo de plooien van uw buik te mogen kussen

ik reik u de hand & de hand opent & de vingers verborgen inderdaad
het gapen van de gapende uitgang, het zwarte gat

waarin
de talloze holtes
als tongen ongezien dollen
in het holst van de nacht

waaruit de miljarden kevers stromen
waarin korrelt & klontert mijn bloed

zo [reling]
daar ga ik
dan

[bijt in de pistolet]
[overstaanbaar mompelend terwijl hij kaas kauwt:]

(& aan de lippen die u ons aannaaide
komt het brakke water dat u ons ophoeste
in de hoop daarmede ons de ons ingeblazen
zin te ontnemen om de uitspraak te voltooien)

[da capo]

—————————————————

2. INTERLUDIUM door het Koor van de Verbijsterende Inval

  • waarvan wij u toch terdege hadden geinformeerd
  • & alle documenten tijdig bezorgd bij alle betrokkenen
  • het ons begrip geheel te boven gaat
  • niet uit hoofde van
  • van het merk Staedtler nog wel

—————————————————

3. HET OGENBLIK GAAPT EVENWEL ALS EEN WONDE OP HET SLANGEVEL VAN UW EEUWIGHEID

[bijt ten tweede male in de pistolet]

in wiens ontijd wij uiteindelijk kunnen belanden
zoals wanneer een woord in uw mond onze lichamen
met enige vanzelfsprekendheid als de letters hervindt
van het woord ‘lichaam’ dat ons al eeuwen op de tong lag

op wiens akker wij onze levens als granen verstrooiden
& waar wij rank opschoten in het volle besef van het nakende vuur

op wiens werf wij onze kinderen teloor lieten gaan
daar uw werf immers niet te ontlopen was & gij in uw voorzienigheid
het groeien zelf tot onze werf vergroeien liet die daardoor geheel de uwe was

in wiens afwezigheid wij de verbijsterende waarheid als differentie ontdekten
ten overstaan van de initiële afwezigheid die bij nader inzien reeds door de nood
aan differentie was ingegeven zodat alsmaar uw roepen duidelijker weerklonk

met de nefaste hoop op verlossing echter op kenbare wijze beperkt tot het ogenblik van algehele uitputting waarop wij het intreden van de slapte in de riemen zullen toelaten & in de droom van het neerzijgen als in een amberen gang wegglijden zullen
de gronden op van uw ziedende verlangen naar ons

o gij idool van onze bronzen duif-bescheten Guido
gij voeteloze kous met uw vele kinderbottinnekens aan

hoe wij niet stonden in uw Niet
hoe het ons bestond
als twee blondinnekens in Mei
te willen dat gij in ons hertje schiet
de natte pijlen van uw hoog gewei

zo in tot in het oneindige u dankbaar om het gebodene
zo krinkel kronkel ik in u tot ik & wij
zo, tot een laatste windstoot onze gebleekte geraamtes verpulveren mag,
zo zullen wij finaal onze liefde tot u uitstoffen
daar u immers ons in uw gelijkenis
in leven tokt & lokt & tikt & schopt

& tokt op een ijdele ton ton ton
die rolt & die bolt & die bommelt

[- laatste blad ontbreekt]

Wanneer de herfts komt om het groen te keren
in de bomen tot roest, karmijn & koperkleur
& in de waterval een kille spiegeling triomfen
voorspelt voor de sneeuw die komen gaat,
wanneer de berkebomenbasten wit glimmen
in een laatste koortsig visioen
& de winterbodevogels in hun vlucht
breed afscheid nemen van de zomerlucht,-
De schuine heuvelflanken dragen een sjaal
van fragiel goud dat valt
diep in de nare naakte hellingen
die de witte afgronden markeren;
de zachte blauwe luwte lijkt het woord
te lokken  uit de dichtersmond -

[...]

In dit gedicht wil ik wonen
in het verbeelde woord van weleer
in een verrukkelijk spagaat
van vers gesneden
weerklanken waarin
liefde is waar! galmt

in café maison d’oublie
temt de dichter
 zijn lijf
en leed verduisterde plicht

zwartwittoneel van vreugdevol liefdesleed

kan het mij een viske schelmen?

GOA 2008

Prot wreef zich pijnlijk over haar frots
haar ogen puilden uit van ‘t ongeloof
president Napoleon noteerde burlesconiek
wreed hoe gij de vinger daar zo legt
op’t puntje van de kloof
Volk en Vrijheid amai mijn kloten
De wereld is aan den homme médiatik
dien polifonik heeft het meeste frik

Napels zien en sterven!
een goudvis die het tij kan keren
al zijn ze proper gesteven, ’t zijn
zwarthemden die ons regeren


GOA 2008

Chlebnikov Karnaval Augustus 2008

Chlebnikov Karnaval Augustus 2008

[foto's & ontwerp:
ac (Grapes of ART )]

“Wanneer het gewei van het hert uitsteekt boven het groen,
Lijkt het dor hout.
Wanneer het hart zich geheel heeft blootgelegd in woorden,
Zeggen ze: hij is gek.”
Velimir Chlebnikov [1910-1912] (vert. W. G. Weststeijn)

iderden & dv op het Pad van de Wenende Nacht

als een zucht ging het vuur door het cipressenhout,-

in de bleke wisselstand van het ontkleedde heden
sta je bevallig gelokt, in haargolven uitvalsend
het ware ware dat je even was & hevig
als een stormvuur dat vuurstormde,
als de zure zang die zichzelf uitzong & dan maar alles vrat,
als een vreten dat tenslotte ook zichzelf vergat.

Maar nasmeulde niet in het houtskool van toen
de manende vlek van het betekende gruwelijk
een omen van taal op je tong? vergeefs want

alvast ik

in deze kreupele levensbeemd, dit dorre bestek
van ons niet meer minnerige heden
wil ik mij niet al aan je vel geheel vergroeid zien,
je magerte koortsig bij eender welk maanlicht
met een zwermende wildgroei van cellen,
de wriemelende maden van mijn lust uitbenen
tot het puurste blank, de witte ruis
van mijn meest botte gedachte?

& die takken der gekte dan
in hun waanzinnige potje schuimrubber
naakt & brekerig tegen het onmetelijke geheugenhout
te priemen zal ik houden: kijk & neem dit gewei,
het is mijn hart

een vermolmde spier, een verschrompeling van licht
in het lenterige kiemen & kolken bloedrood
van de alom onverbiddelijk aflopende rede

& dit dan de blankwelling óp van het schone
maar paars weldra op de blauw omspannen
hemelbol, opsolferend in de gloeiende asla,
het zwarte helaas van mijn droeve herinnering.

download het mp3-bestand

  • 25-26/04/2008: we zijn aanwezig op het *ZAOUM festival van Krikri i.s.m. het Poëziecentrum, op de tentoonstelling en allicht ook op het Open Podium
  • 26/04/2008: Enkele Vlakken en PadSpelers worden in besloten kring uitgetest. In het Rood Salon van Joost van den Oord. Enkel op uitnodiging!

sprank kransch schraap knik baal tok fffruut
wilg pront vraat silk zoal nav tiersch
moor vuurg mal
chlaast moerdik


zula zula
zula töm

izeganz:

hoog bij het blauwe verglijden, het diepe in
waaruit zonwit de rotsen grijst & in schittering
het water de berg afklateren doet

die wij pogen te zijn: verheven fixeringen,
een waas van stevigheid als een eertijdse vleugel
op het woelende dansen geprikt,

dat ons ogenblikkelijk de spelden breekt, zon
in paarse wonden wrijft, ons het ogen ontneemt
naar hoe wij in de woordenstroom versmelten.

reva:

bussen rijden aan & af het grijze plein maar straks
is het donker & dan zie ik je zie ik je komen je jas
half open van haast, je lichaam

onomwonden van toekomst
in het rauwe heden openslaand
& verblijd zingt je ziel:

hoe de bussen niet rijden
hoe het plein niet vergrijst
hoe wij altijd de vlucht zijn
in het alsmaar diepere donker

van licht naar het licht
van de ander

kroning_1200.jpg

kroning

nog even & de lente komt het droge
land uitgekropen, de korst barst glazig
op de kerfnaden open, danig
waait het in op de mensen & de mensen
verhalen het verhaalde

van bovenaan af de donkerte uit: kregelig
het kind schoffelt het licht naar beneden -
enkel de toplaag mijn jongen
steek niet te diep-

Izeganz strompelt & botst op het schot
met de weergalm die hem in deze woorden houdt :

ik red je mijn liefde mijn liefje ik kroon je
tot idee der ideeën, tot orchidee lik ik je
van binnenin uit in het verzwegen gezegde

ik hak je treden in mijn zilveren stilte, je
dingen versnellen tot razende letters
in de glanzende diepte, het klatert
waar je denkt dat je bent &
je bent er nog

even &

[implosie van het theater]


UIT DE KLEBNIKOFFER (2)

Korrel

In het visioen van het spottend oog van de iriskorrel
van de toorn van pijnkorrel van ellendekorrel
van mysogeniekorrel van de Korrel van het Bloed
van het geluid van de wolf van de schreeuw van de uil
van de vergane ziel

Daar de wraak van de toorn van de ziel

Korrel van het bespotte oog verblind door
Zwart en wit & duisternis jij bent mijn wereldkorrel
mijn Klebnikorrel en alle langzaam verdwenen korrel
in de keel van de gewraakte hertog

Verzande korrel Korrel van Gods verzilte blik:
Gramschapkorrel

Grapes of Art, 4/02/2008

De Weg Die Ik Nam
Astrakhan
Moskou
Kharkov
Rostow
Bakoe
Perzië
Piatigorsk
De Trein
Moskou
Vrijheid

Velimir Chlebnikov, 1922
———————————-

vlak-11.pdf
[PDF-bestand van VLAK 11: sterfscene 843/take 5
bijgenaamd ‘de Piatigorskse’]

О, рассмейтесь, смехачи!
О, засмейтесь, смехачи!
Что смеются смехами, что смеянствуют смеяльно,
О, засмейтесь усмеяльно!
О, рассмешищ надсмеяльных – смех усмейных смехачей!
О, иссмейся рассмеяльно, смех надсмейных смеячей!
Смейево, смейево!
Усмей, осмей, смешики, смешики!
Смеюнчики, смеюнчики.
О, рассмейтесь, смехачи!
О, засмейтесь, смехачи!

——————-
O, laugh, laughers!
O, laugh out, laughers!
You who laugh with laughs, you who laugh it up laughishly
O, laugh out laugheringly
O, belaughable laughterhood – the laughter of laughering laughers!
O, unlaugh it outlaughingly, belaughering laughists!
Laughily, laughily,
Uplaugh, enlaugh, laughlings, laughlings
Laughlets, laughlets.
O, laugh, laughers!
O, laugh out, laughers!

1908-09

Geïnteresseerden kunnen de laatste versie van de basistekst voor de Kathedraalse Chlebnikov-GebeurtenisHet Pad van de Wenende Nacht” in pdf-formaat downloaden door hierop te rechtsklikken en kiezen uit het menu “Bewaar als” (mac-gebruikers: trek uw plan ne keer):

het-pad-van-de-wenende-nacht_03122007.pdf

miturich2.jpg
tekening van V. Chlebnikov

SCHROEFRUISCH:

ruiscschroef_klein.jpg

 

AUDIO:
voordrachtsessie Het Pad van de Wenende Nacht

tekst & stem: dv
geluiden:
bjørn magnhildøen, midi door tekstinzendingen gegenereerd & Live gecapteerd (daarnet tijdens het voorlezen) door de ‘box’ op WASTE@noemata.net, zie http://noemata.anart.no/faec

“might be called a writing performance
though for more info have a look at http://noemata.anart.no/faec/info/”

THEMATA-lijstje

  • het zijdelingse tijdruisen
  • het sterbezaaide oponthoud
  • de stilte ’sans cesse’ bij het verzwijgen
  • het Wicht in de Noodweerbalans, haar stromen, haar zandzakjes
  • de lichtgrens analoog aan de boomgrens (houthakkersmentaliteit)
  • de kwetsbare stemspleet
  • de verwantschap ten einde als het Ware
  • instantiatie – distantiatie – quantificatie -(dis)qualificatie
  • het in van de letters, het uitloze van de cijfers
  • de schaduwen rondom de schaduwen rondom de schaduw van de leegte
  • de perverture van haar schoonheid daarin
  • het openbloeien op het purper van verderf torende bed
  • het zilveren dijglijden in, uit, waar of hoe dan ook, van de onbetamelijke begeerte
  • de druipende essentie van de horror in de donkerste put van uw dromen
  • de bleekheid van het zich generende vlees in de lagen velours gewikkeld
  • het geheugen van een eiland is een eiland in het geheugen, de palmboom ziet al schepen voor het strand getekend is
  • de tijdsrek die wij stervende verwekken
  • de troost, altijd verschralende bij het aanbreken van de woordendageraad, van de innige liefde
  • geniet van elke ondergang zoals wij ook genieten van uw ondergang
  • het gebed in het untsoweiter
  • de bevelen van het untsoweiter
  • de onafwendbaarheden, snerpend & zuur als vol van Tiens citriet, in het untsoweiter
  • untsoweiter

W.A.S.T.E.:

[> bjørn magnhildøen - http://noemata.anart.no ]

“what is trust? reliable?
in our age of schizo paranoia
which is individualism
as if our bodies weren’t enough
no(w), the self need another self
surely because it isn’t (itself)
from then on —
schizo is the structure/graph
paranoia is traversing it

(Meer…)

Azië

Altijd het slavenmeisje
bronsborstje koninklijk
bemoedervlekt draai
om de pagina’s van dit boek
geschreven met de halen
van een oceanenpen.

Inkt van de mensenpot

er klinkt een schot
de tsaar is kapot – een uitroepteken!
triomfante legers zijn de komma’s
en het gepeupel een stippellijn,
hun razernij die aarzelt niet,
de volkswoede, geen vergissing -
tussen de haakjes van de eeuwen.

In plaats van een oorbel glinstert
je oorlel van de overheidszegels.

Een meid met een zwaard, zó hard
tegen verwekking – of de oude
vroedvrouw van het oproer.

[…]

(stukje uit ‘Azië’ van Velimir Chlebnikov, losjes uit het Engels van Paul Schmidt)

De Vogels repeteren de humane versvoeten:

Tjilp tjilp tjoek
tjilp tjoek tjilp tjilp.

Tjilp tjoek tjoek
Tjilp Ttoek tjilp.

Stilte, kinders, kwetters, vogels
altegader
aanhoort
alhier alnu alras

uit onze naai- & knopendoos het bolleken zwarte garen
met daarin witgewikkeld onbewogen de praal en de pracht
van – waar zaten we- ik denk zang acht:

De rotsen Einstein en Whitehead houden
Zitting op de kletsnatte paarlemoeren banken
Bij de wereldwijde webwielerbaan. Hoog

suist boven hen de Vorm
van het Bekende, het oord
Woord, een soort
platvis in eigen nat.

Tussen de rotstenen, bij de blote mosselen,
danst Marcel van het Tekstboutieksken
met het jonge Blondje Pleroma La Creatura

verwekt in de buik van een Tante, ooit,
door een eenmalige inspuiting
met het witte Secreet van de Angst
voor het Niet Netjes Verdingelijkte,
aka Rafeltje, het Gruwelijke
Randstadspook .

Terwijl de zon demarreert
in een voortijdse poging
om aan de verplichtingen
van de globale verwarming
te ontsnappen, differentieert

de Maan zich en maakt aldus
een bekoorlijk verschil. De

rotsen steken elkaars sermoenen
hoog boven de zeven natte
geiten der wereldzeeën: er heerst
tevredenheid in hun rangen

over het schuim in de eigen golven
dat volledig beantwoord
aan het uitgesproken zwarte
geweten der zelfberugkrabde

provinciën, de circulaire
prognose van de causale
eindereekstaalfouten
bevattende het stopwoord

als het ware. Bibbert & reikt

maar gij geiten, naar het U
ontzegde. Het is slechts
een kwestie van dagen nu

vooraleer vooraleer

vooraleer [..]

[hier zijn de letters v.h. MS in een blauwige schijn
witachtig uitgelopen, waterschade vermoeden wij ]

Trip rondeTrip nieuwe trip

Ruimte ruimte nieuwe dradenRuimte
Iets nieuwe telling

Ruimte heb vele draden. Hoeveel? Bah, een stuk of wat,

  • Iets tussen 1000 en 16000. // systeem doet er een gooi naar

Ruimte oscilleer Iets plus of min 32.

Indien accident, beweeg

  • tot de Tranen de ruimte instuiken.
    Explodeer.

Anders doe gerust verder

Driewerf de muren beefden van het rijk R.
Aanvang dra was het te regenen. Muis stil,
Kat krabde niet, of daarin het woord

Niets. De grond wou inkruipen vergeefs
De arme hond, klankenloos het dikke
Wolkendek jammerde de grijsaard

Aan & aan

Ving het. Drups druppelde eerst
De eerste druppel druppelde over
De tweede de derde vijverachtig in

& bij de duizenden bakten zij dra
De hemelsluizen uit vervloeiend
Vlijtig de pijpen steelsverwijzende.

Geheel zondeloze zondvloed sprak men
Verbaasd eerst nog & schools daarna in
Vreze echter van de nieuwe goden het

Slijk aan van de menselijke dijkbreuken.
In zodanige nattigheid gelijk ontliepen
De zanger Izegang als woorden

De tranen ener donk’re hemelwang:

In deze rijmdwang genesteld
net nog afhangende het zinvolle
zoals de frèle draadlijntjes Xn

uwer klederdracht enkele ogen lang
de graterige schoudertjes aandeden
als was alles geheel oker voortaan

& lichamelijk, de witte ruis van de stad
het wit & de beweging van zijde op huid
als compoort morsende het grafiet. Ik even

onwel verslikte mij verdroogd een diaspora
het zij (1,2,…n) een zee waaraan wij onze
namen konden haken, in golven vergeten

vervolgens als het zij zie, het zij za,
het zij zo. Dit alles vertongkrulde mij
de erostrapserige vertreding van taal,

maar in het leven eerst ter einde
dient men het leven wijselijk uit
te bouwen tot het afslaat in het

niet, niet? Beluisteren wij in deze plus/
min intiem verweven publiekelijkheid
daartoe het KrimGotisch voorafgegane.


Stormt daarin niet het clair-obscure de M
in van het toverwoord? Het stormt. E
brengt het slikik in het spel, terwijl de C

afkapt waar grenzen te dachten staan. A
evenwel kent ons niet alles niet evenmin N
& daarmee zet in al het goud dat niet O

wou maar was de draaiende molen. Olie is L
Op de nakende weerslag der golvende O.
Schier eindeloos de drang tot verdraaing in D

die de dag openbreekt van de lijdende I.
Op aanrechten aller talen te druipen blijft A
staan die eerstom per afstand de lus vraagt aan M.

Gebroken tot licht blijkt de huid het lijf gebrekkig O
Toe te behoren zodat enkel het zingen tot U
in galmen ons indringt. Hoorbaar ook rochelt de R

zich ons ter lering te aarden van het schone de O

 Duet van Rusthuis De Voorruit met zanger Izeganz

Rusthuis De Voorruit:

Alleen overtuigend mijn liefste ben ik hier niet , zegt er
Eén & dit huis waar het lege gejammer van afdruipt haast,
Ruist met velourse doeken voor befakkelde spelonken
Waarin de geesten rondwaren van oeroude goden. Daar,

Waar stortbeton ter instructie van het algemeen nut
Instorten wil de instructeur van het algemeen nut, dit
Evenwel louter in opdracht van de directeur van het
Uitvoerend comittee van het Derde Decreet van

Algemeen nut. Het Niets, ocharme, niet . Wat niet
Het Niets? Stro
Niet het niets op de plafondbalken
Van uw TuinTerras tuinterras
Van de firma TuinTerras®.

Zwijgt Jef, ge zijt een zeveraar en een dronkaard.
En gij Marie gij zijt een oude, droge pruim met groene
en purperen korsten op.

Je moet er maar ’s op letten, oppert een ander,
als je begint af te tellen kom je elke keer weer uit
bij het enige al dat ons eeuwig openstaat, de deur

is altijd de deur met de vergulde klink naar de deur
die in aanlokkelijk rood significant zwart postgleuft
naar de simplexe deur genummerd nul. O, ach zo,
valt een derde de zucht van kengetal 4 bij, de hogere
reeks in het vlak pensioengerechtigheid. Dan is het

gedurende
langere
tijd

stil. Alleen, zegt er één, ben ik hier overtuigend
niet, mijn liefste &

 

 

 

 

 

 

IZEGANZ:

Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpende in.
Het dons in zal ik vallen van de eindeloze velden
Der golvende trilharen, zo dat onder mijn luttele gewicht
Nauwelijks zich buigen zullen de microvilli, zo
Dat mij opstulpen moeiteloos de pseudopoden
& Ik in het onooglijke vervlinder, pluripatisch
Het klemmende bereik der vorkende kennis
Uitfladder, mij vrij van zin in de schemerzone
Tussen woord en stof verhul. Niet langer
Zult gij mij noemende berichten kunnen, niet langer
Zal mijn naam uw roepen richting geven.
Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpende uit.

Tot ik verzwolgen ben zal ik uw lichaam penetreren.
Geen zestigduizend omwentelingen per minuut
Zullen dan volstaan om iets van mij nog
Uit uw cellen af te scheiden. In deze nietigheid zal ik
Oneindig lang & pluriform in u bestaan.
Geen memoreren evenwel zal nog substantie in mij vinden.
Geen distinctie zal een meternaald mij registrerend doen uitslaan.
Geen kleur heb ik, geen ruimte nog zal ik beslaan.
Mijn woord zal in uw aders hydrofobisch kolken.
U kan uzelf niet zonder mij nog situeren.
Tot ik u ben zal ik uw lichaam penetreren.

Waar gij dwalende uzelven zoekt zult gij mij vinden.
Op markten waar gij stof aan stof houdt met een onverschil
Van kleur & weving, in gaanderijen die gij hopeloos
Om duiding kretend hijgende doorjaagd zonder doel,
Op schermen die u leiden van uw onrust naar de onrust
Om uw dood, bij het naken daarvan in uw laatste woord
Wanneer de zin zich scheiden zal van klank en letters
Wanneer het pure rede lijken aanvang neemt & schijn
Zich in de verste melodiën gaat verschuilen voor het kwijnt
& Smelt wat u van mij verwijderd houdt, wanneer
De muur waarop gij uzelf & mij tot manend woord verschrijft,
Wanneer gij lezende uzelven schrijft, zult gij mij vinden.

 

 

 

Rusthuis De Vooruit:

Sjonge jongen, gij hebt zekers op onze zolders teveel
asbest zitten snuiven. Hier, pakt u een tas thee & volgt
met uw wijsvingertje de lijnen van wat er ons de voorruiten
afglijdt.

Er. Daar. De woordbreuk: die bibberlip
die spuughuig die blaaskeel die
longdrift dat tongsplijten van wind
in de wind.

Dit verhaal bekomt hem stilaan als een meshaal,
standhouden wordt knap lastig als de klank
& de zin als koedarmen uit koebuiken zijn ik
uitvallen.

Een kwak sjanker op tafel, een niet-aangesloten
serie singulariteiten: Izeganz met een resem
foutmeldingen op het scherm getiteld ‘Mijn
Herinneringen: Opties’.

Willie de Wael rekt plofjes knokelgas
uit zijn lange vingergewrichten. Daar. Er:

 

“De ether trest zich in uw haar tot klit
het wemelen der gronden versteent
waar gij zit, het vuur vervriest bij u
tot purperen stand, de baren braken

scherven spiegels grijswit op uw land:

  • BAARG
  • KENIM
  • WORTG
  • GRSAM

Slapen doen wij staande in het veld
Eten is ons ‘t zout van zeewind op de tong
Verhalen ons vertellen niet het leven
Liederen ons zingen niet het leven
De handen ons in kruimels breken
de voeten ons in zwarte brokken breken
de woorden onze kelen als glas oprijten
het bloed ons in de grijphanden stelpt

de zin uit onze woorden breekt

wat ons verhalen?
wat ons toezingen?
welke markten gij ons nog/nu weer/weerom wilt opduwen?
hoe ons de zotskap nog opdwingen?

waar gij uw rechten haalt?
waar gij u de mond nog roeren durft?
welke eierschaal gij ongebroken laat
in uw hoovaardig boven onze asse zweven?

wij die uw doden zijn
wij die u maken
wiens brood gij eet
wiens naam gij dagelijks misbruikt
wiens leed gij ter uwer aanwendt
als ware het velours waarmede
gij uw zetels tooien kunt, u
het wegdeemsteren veraangenamen
in de sliertenbrij waarin gij
uw billen hebt te rotten gedraaid.

er zijn niet de tientallen monden die u wraken
er zijn niet de duizenden, miljoenen zijn er niet
wij spreken niet in een geruststellend legio
het is de ene mond slechts die u
langzaam met de vinger op & openroert
die dreigt u de mond te aaah-likken,
in het hol te spierzoeken, afbijten

de dappere tong die nu nog klakt van zo toch niet
het recht dat in dit striemen
u ter wille zwijgend wederspreekt

want neen gij hoort dit niet:

gij propt uzelven met uzelven
tot de barsten op, gij wikkelt
u ‘t eigen roemen om de hals
tot het u nanekt tot in’t vals,
gij schroeft u d’ eigenwaan
als wazig dopje op de glazen

kop, gij ziet uzelf door u met
niets dan warr’ge letters ‘ik’
erop:

    • VRNZEUW
    • KWOLMNI
    • AAOERTGF

[...]

de stille draaaiing waar gij kleurenweelde vindt
verwekt de walg & ´t kreten van elk kind:

  • GMOEBKLAUIGH”

 

1.

De zee. Uit de kustlijn gutst goudvuur, het valt naar het water. Twee geesten in witte mantels zeilen door de lucht; ze hebben schuinse, Mongoolse ogen. Eén van hen raakt de kustlijn aan & houdt zijn hand op, waarvan het vuur begint te druipen; ze grommen en trekken weg als zwanen op een donkere herfstnacht. In de verte het geluid van hun huilvlagen.

Sinds het begin der tijden al staat de kustlijn in brand. Vuur barst uit het oppervlak & stromen lava vloeien in de zee; golven spatten op de rode rotsen, de zwarte muren stuk. Drie zonnen branden in de hemel – wachters van de eerste dagen. In de bovenhoek van het vlak dat in perspectief getrokken is, wordt het Feest van de Beer afgebeeld. Een grote zwarte beer in de ketting geslagen, noordelijke dennen. Het volk danst rond hem, men schudt de speren, er wordt gebeden. Dan, bij het luiden van bellen & dans, eten ze hem op. Een cascade van lava stuikt van de rotsen in zee. De Otterkinders vliegen verder, zilver-zachte geesten op witte vleugels.

2.

In regelmatige intervallen slaan de golven op de kustlijn in. De eerste zon is wit, de tweede kleiner – rood met een ring van blauwig licht errond – & de derde is zwart, met een groene corolla. Je hoort iets wat lijkt op vloeken & klachten in een vreemde taal. In één hoek van het doek is nog net het tipje van een vleugel te zien. Een gevleugelde geest met een zwarte speer in zijn hand rijst boven de gouden kustlijn uit, zijn ogen vonken met na-ijver. Een speer trilt & vliegt, & de rode zon valt alsof ze ondergaat, ploft als een rode parel de zee in. Het land verandert van uiterlijk & wordt donker. Meteen schieten er plukjes groen de rots op. Een toevloed van vogels.

Staande op de stervende zon heffen de Otterkinders hun handen hoog & zingen ze een woordenloze hymne ter lof van Iemand. Dan trekt Otterszoon – de donkerharige, de donkerhuidige, die met het ronde hoofd met krullen omgeven – de speer uit de rode zon & stormt hij met zwarte wiekslagen ten aanval naar de zwarte zon, zwiept zijn vleugels ten steun op de luchten. & Ook die zon zakt het water in.

Meteen verdonkert de aarde. De hemel wordt weer helderblauw, De zee verschiet van kleur- haar zwarte teint met rode gloei vergroent. De Otterkinders zetten grijphandend voor het eerst een voet op aarde. De middagse dorst doet hen knielen & met de monden de koude rivier raken die de gouden lavastroom vervangen heeft. Otterszoon neemt een stenen hamer ter hand & verbrijzelt de rotswand. Overal zijn er grasvelden, bosjes jonge berkebomen. Hij buigt een berk, stroopt de bladeren eraf, knoopt er een snaar van vlechthaar aan, hij fabriceert een boog.

Een kleine, gevleugelde Mongool verschijnt. De enige overblijvend zon gaat onder in wolken van verdriet, haar stralen raken de resthopen van haar overleden makkers.

Sussend verschijnt dan in de golven & troostend bij de rouw om deze eerste dagen van het gouden geluk Otter -Moeder Aarde – met in haar bek een vis & ernstig contempleert zij het bewerkstelligde.

Dan is er de eerste rook – een levensteken opstijgend van die grot daar, & het is een vlinder die hen daartoe leidde.

3.

De Otterkinders zitten bij het kampvuur zich de vleugels te ontdooien. Otterszoon wijst naar de witte zon & zegt: “Dat ben ik!”.
Een zwart paard van de zeesteppe zwemt voorbij, het water spuit uit zijn ronde neusgaten, vloeit weg langs zijn ronde ogen. Iemand zit er schrijlings op met in zijn handen een ivoren klankbord en snaren.

Dat waren de eerste dagen van het aards bestaan.
Enorme zandhopen. Walvisribben zwarten op het strand. Zeepaardjes spelen in de golven. Een eenzame bioloog loopt er voorbij met een blikken potje, bestudeert de droge walvisbeenderen. Ottersdochter schept wat water in een schelp & kiepert het de bioloog in de kraag. Die fronst de wenkbrauwen, kijkt omhoog naar de hemel en verdwijnt.

De hemel is donkergrijs. Ottersdochter is van kop tot teen in heur haren gewikkeld. Regen. Bliksemletters. Ze gaan schuilen in de grot. De hemel verduistert. Enorme sterren. Hagel, Wind. Een donkere auto reidt het plein op. Wilde roepklanken. Het weeklagen van een dodelijk verwonde zwaan & het woeste gegrom van een rhinoceros. Twee lichtschachten doorklieven de duisternis. De chauffeur in zijn winterjas, zijn hoofd uit het raam, steekt een arm uit en roept “Hier”: hij gooit een zak in het zand.

Een verschrikkelijke wind. Bibberend van de kou gaan ze de grot uit & grijpen de geleverde dekens. Ze slaan ze om. Hij draagt een vilten hoed, Ottersdochter is gekleed in een zwarte bontmantel met een sjieke blauwe hoed. Ze stappen in de wagen & riijden weg. Een bebaarde centaur met hoeven en blauwe ogen komt voorbij op het strand. Er landt een vlieg op zijn oor. Hij schudt zijn manen & jaagt ze weg. Ze landt op zijn flank. Bedachtzaam draait hij zich om en vangt ze met zijn hand.

Velimir Chlebnikov 1911-1913 – losjes vertaald door dv uit het Engels van Collected Works of Velimir Khlebnokov.Volume II – Prose, Plays and Supersagas. Translated by Paul Schmidt, ed. by Ronald Vroon – ISBN 0-674-14046-X, blz. 278 e.v.

Russische tekst : http://www.rvb.ru/hlebnikov/tekst/03svrpov/228_1.htm

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

Koor van de Verbijsterende Inval:

Het Akkerlied

Gij zijt een akker gij, de grond van lang vergeten tijden.
Uw kluiten wenen vocht & klei om ‘t hedendaagse lijden.
Het onkruid schiet gewillig in uw verse keren op.
Wormen vreten wormen dik van al dat landelijk verteren.

& Al de schoonheid bloeit uw diepe lijnen op
& Heel het leven zingt uw brekenspijnen mee

Het land was kaal verteerd bijna & galmde hoog vol lege holte
& Toen kwaamt gij met hemels zicht & aardse zang voorbij
De bodem van de gifpoel zonk van schaamte rot in ‘t nieuwerwetse niet
Zoiets als gij verzinnen kon, verdoet men zonder scha & schande niet

& Al de wijsheid breekt uw gulle lachen open
& Alle woede komt weer onomkeerbaar boven

Nu graait ‘t gesjacher weer met mollepoten in ons om.
Dan poogt de nijd haar gif in onze grond te deponeren.
Nu wil men u met krans & zilver fatsoeneren tot een pop.
Dan wil de Hertog toch uw wilde krachten in zijn span.

& Onze lust zal elk gebod naar de gebieder om doen keren
& Ons verlangen bergt in u ‘t weerbarstig leven veilig op.

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

— Klik op het pijltje naast het luidsprekertje om de audio te horen—

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

[Het Sonore Commentaar bij de Tienduizend Teneerdrukkende Beelden der Uitgevaagde Culturen. De beelden kunnen bv vertoond worden in een video of met een microzachte machtspuntspresentatie. De commentaarstukjes mogen gezien de lengte der presentatie vrijelijk herhaald worden]

Koor van de Verbijsterende Inval:

Van:

de bloemen de bloemblaadjes in hyperfijne rafels gereten
de insecten de schildjes/vleugeltjes/pootjes/slijmkliertjes tot een grijsgroen papje gestampt
de bospadden niets voorlopig de kinders zijn nog wakker.

Hier? Hier.

Uit het Bos? Uit het Bos.

Het Pad? Platgelopen.
Naar de klippen? & de haaien.

Weidt hij al in/uit ? Ziet hij er lief uit?
Hoelang? Zijn er voorbijgangers?
Waar moet ik aanschuiven?

Rampetampe rampetampe bom
Bom bom
Rampetampe rampetampe bom
Bom bom

Kijk we kunnen nu ook
Het gras laten zingen
vogeltjes doen blinken.

Schroeivinken.
Schroeivinken.
Schroeivinken.

4.571 jesussen deze maand
alleen al. Nu mét slijk
uit Garmisch-Partenkirchen,

Iehre Urlaub im Bergen.

Schroeivinken is
een werkwoord.

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

UITVOERINGEN /PUBLICATIES

  • VLAK 3 verscheen eerder in Literair Tijdschrift Dighter nr 8 jaargang 3 (herfst 2007)

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

[à la façon et en honneur de mon copin De Paris]

Op de Boulevard des Alliées versmelten de manhaftige
Geschenkenshoppers asfaltig tot het KopersBlok.
Messcherp & pijlsnel doorvlijmen vanuit zwartlederen etui’s
de kredietkaarten de Banksysspleten. Het ratelt euro’s,
de euro ranselt de dollar van de koersborden.

Krepeer toch wat sneller, gij loze Afrikanen, want aan de
andere kant van de stad vervlechten zich alreeds de kordate
Strijders voor het Behoud van Werk en Gratis Sex tot het
hechtere Ekstatisch Jobfront. De stad davert, de eisen
overstelpen, wagens rijden volks het volk in.

Dan haalt het KopersBlok uit met een hartverscheurend
Levend Verslag van het Niet-Vijfvoudig Bekerstgeschonken
Kind. Balancerend op de rand van het Moreel Toelaatbare staat
het Kind afgebeeld met in de trillende hand 1 van 2 loopstelten.

De deuren der ondergronds-volzette parkeergarages kletteren
van verontwaardiging, het stadscarillon zwijgt veelbetekenend.
De goden snellen stilzeisend door de lucht. Aders verklonteren.

Even later donkert weer het leven blauw & bloedeloos boven
de versteende nevelen.

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

UITVOERINGEN /PUBLICATIES

  • VLAK 2 verscheen eerder in Literair Tijdschrift De Brakke Hond (nr 95)

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

[We zitten in Café Het Algemene Spreekverbod, getrotseerd door enkele marginale illegalen.
Zanger Izeganz voelt zijn einde weerom naderen. Zijn schulden aan Elsie , de breedboezemige waardin zijn weer tot ver boven heur froufrou gestegen. Hij probeert alsnog de aanwezigen met een lyrische uithaal tot een tractatie te bewegen.

Willie de Rietwiegewael van doodsprentjesdrukkerij Doodsprentjesdrukkerij Willie & Zn moedigt de pogingen aan. Ook hij voelt handenwrijvend het einde naderen. We hebben weldra weer drukwerk. De virtuele toog is dan wel van hout, op Delftse tegeltjes knalt platbuikig zijn pladijs met een laagje verstervingsslijm alreeds de plassen Bols wijds open. Ook Jeanke de PvO-Pleonast scharrelt rond in zijn manuscripten-etui, waar talloze exemplaren van zijn Print-on-Demand edities in donker Purper zitten te schitteren.

Legt in vóór het wielknarren der doodskar die lyrische zang, zo eist het gehoor der Illegalen. ]

“Kalkeert”, zo knikt Izeganz stervende
bij het veeleisende gehoor in,
“vrijelijk Ulieden deze klank, die geheel
bladloos gebaard ter inkleuring
wordt u aangeboden :”

IZEGANZ:

De vogels verzingen de vogels & de zon boven ons uit
& blauw uitkrast blauw, vink vinkt vinken uit.
Lepelbekken vismijnerig willen de Rus mij uitrooien, uit
zijn verschansing onder de wormen in kubus uitpletten, het Vlak
op der Future Vlaklijners. Trouw niets! De mus
klikt spaan & de bruut Fuut met z’n meid
Merel zijn zwarten, letterbekken, allemaal.

Jeanke de PvO-Pleonast:

O Filonoemeaatje Krulhaar wollig
bewinterkleed & kwabberkontig
ter koude voorzien: heft nog bij het rotten
der netten de heftige lijmstok & schiet knal
uw schietknallers tot pal staat
dit zwijgen syntactisch, tot is
als een washetditmaar dit zwijgen
het leven gelijk & finaal. Voetnoot
nieuwe Voetnoot glij

tragies onder polmanen beschijnboot
& de dag marcdingend de glijnoot
van het einde in, rondt
pauserig deze zangklank nieuwe
zangklank met uw aan cijfers
verankerde bullen af:

……………………………
……………………………

……………….

[ De stilte zet in terwijl Elsie de glaasjes Bols
bij de koffie’s, de glazen pils & de Duvel van Willie schuift
op het scherm der Bekijkbare Consumpties.


Even later is enkel nog de doodsreutel van Izeganz hoorbaar
in het rookvrije Café]

INHOUD

VORIGE VOLGENDE

UITVOERINGEN / PUBLICATIES

Personages:

  • stem van het zicht
  • stem van het gehoor
  • stem van de rede
  • stem van de gedachte
  • stem van het geheugen

Voice of Conjecture
Voice of Will
Voice of Joy

 [inleidende dogmatiek van de Wenende Nacht]

 

Netwerkconnectie tube nieuwe Netwerkconnectie wees sprekend uw Moedere2;
Tube tubeer:

 

Het gedicht werd ons neergekwakt in klanken, opdat een onweer uit de hemelen losbarsten kon. De druppels klank verhouden zich tot hun klankcontainers zoals de befaamde Constante Vrouw uit een kantersteense vertelling3 zich verhouden kan.

Tot heer Euler4, dan, vraagt ons de kijklichtluisteraar5 Lezer nieuwe lezer? Neen, antwoorden ons de klanken & het kader schuifelt voet: niet gehuwd is zij met Heer Euler, noch bekend in het gemene rond. De kantersteense vertelling is opgetrokken uit woorden, als een gebouw uit bouwelementen. Deze elementen worden afgescheiden door minuscuul ongedierte, van verschillende omvang en geaardheid. Een metavertelling of autonoom bestroomlijnde voeding, terdege geventileerd en van driewegsschakelaars voorzien zal

  • op specifieke wijze,

  • volgens eigen godhebberigheid en

  • statutair naar eigen verdienste genetwerkt

de vertelling in goede banen lijnen. Leiden niet, nee: lijnen. Stippel dit. Het bevoelhoornige, slijmgeharnaste geleedpotige uitslaan van de decibelaire6 lyriek evenwel is van een gans andere orde. Sta mij toe dit te verduitsen. Untsoweiter. Eén ieder is vrijheid van winkelkassa verleend. De hemel speekselt zich ( eng.: feel ) een fluim van de eerste orde: zwemt zij de klank in der afzonderlijke gedichten, toch is zij ontologisch-prioritair eerst aan het issen. Zo ook Nicole Fopman (inserteer de tekenen der fopmanie): ze lijkt op een beeldhouwwerk dat is opgetrokken uit rotsblokken van verschillende kleur en soort, het lichaam een wit-mager gesteente, de borstomtrek en paginering blauw en de ogen reddeloos opaal tot ronduit zwart. Een vertelling door uilen gekoekoekt, vol fladder en tetter waarop de hand echter manhaftig in loze witglans uitschuift. Metavertellingen zijn de transformatoren van een slapper net, waar de stroomsterkte-netafmeting verhoudingseigenwaarde aantoonbaar een fractie bedraagt van die der dichtkwaksels. Bij wijze van rotsblok gebruike de bevolièrde kwinkeleer dan ook geen verhalen, laat staan woorden, maar het gezegde dat finaal van de eerste orde is.

* *

*

Dauw ligt over het zilvermerige rendiermos. De mol schuilt in het hol. Er krispelt iets nieuws in haar leven: men hoort het naaldwoud ruischen. Dit is het pad van de wenende nacht.

Zendmasten schieten onderaardse lezers de hoogte in. Steenrotsen zaaien zich uit over de vlakte tot deze de vlakte is der uitgezaaide steenrotsen. Het HemelNet sta ons bij: dit is het land van Dijlekwijl. Daar stuiven al weg in de gestremde tranenstroom ettelijke elfjes, met blauw-doorschijnende kleefvleugeltjes aan hunne prille lijfjes. De Ploert Poevark nieuwe Ploert wees sprekend uw moedere, dient alras in bedwang gehouden te worden en zoals men weet kan dat in het land van Dijlekwijl al wel’s moeilijk zijn. Er is evenwel geen bladzijde voorzien om hier op uit te wijden, de klanken der volgende stem zijn al streamende en het hier is ook al grotendeels afwezig.

Dit dus, spraken de Kesselse bergen, onderwijl de grond in het hart treffend met een vette bruine, is het pad van de wenende nacht. Als een zwart vlak komen onder onze wortels her en der de stenen platen van de stenen te voorschijn, opperde de Slenger-klümpf7. Ach klump, sprak Ons Tante prozaisch, het is wellicht daarom dat het stenen zijn. De dialoog dreigde te verannpetersen, werd van hogerhand vroegtijdig afgebroken. Nergens is nog een thuis thuis zoals thuis thuis kon zijn thuis. Dit dus, verzuchtten de lezers terwijl zij in hun richtingloze afgeschotenheid verdwaasd de schermdiepten indoken, is het pad van de wenende nacht.

Het pad is niet eens van de gebruikelijke doorlinkfunctionaliteit voorzien, kloegen zij zwartgallig. En een printknop eisten zij nog daarbij, want aan het hoofd hadden zij het druk. Dit, evenwel, beaamde in den treurnis de herhaling zelve, is het pad van de wenende nacht.

Zo is het, spraken de donkere lichamen, uitgerukt voor de laatste grote netwerkOorlog www-II nieuwe netwerkOorlog wees sprekend uw moedere! Zelfs bij de meest nauwlettend bethreadde instantiering kent elke netwerkoorlog haar eigen grillen, methoden en constructuele tekortkomingen. Treuren evenwel is van Mars-Plastic, gelieve te kneedgommen.

En ziet, zo gebeurde: het vlak Vlak I nieuwe vlak wees sprekend uw moedere, strekte zich thans onverholen voor ons uit. Het leek wel zin te hebben in een flinke kleerafscheurige bemaanbottende bewandeling, waarvoor onze oprechte excuses. Het woord onverholen ook was nog herstellende van ene hevige opstrijk de nacht tevoren, zodat het helaas ook hetzelfde datapakket insijpelde waar ook de karakterrollen mol en hol inscholen, bij de dauw over het zilvermerige rendiermos, dan nog wel.

het triomfantelijk gebrul in de gang betreft de gegadigden
&amp; het gebrul is het gebrul der gegadigden

wij zitten &amp; zittend zitten wij te wachten
wijl het etenstijd is &amp; de werken standhouden

het oponthoud breekt
in het duren uit
dat zich afgemeten weet
&amp; bij zeeën het levensvocht verliest
<blockquote><em>zij dostten zich in beslingerde kwabben
zij sierden met puntigge gaten</em>

<em>zij voerden het kelen &amp; stuiptrekken
quasi smetteloos</em>

<em>uit hunne schoeisels groeiden
de slijmslangen van het kwaad
</em></blockquote>
hun snaren ons in de haren gespannen
hun zweten ons onder de vingernagels gespoten

wij uitmergelen ons tot wij ons
bij de genodigden geschaard weten

het stof wij rond de beenderen ik
zakken ons uit, dan
<blockquote>een verval o zo plots

tot het hoopje woeste schittering
in de onvoorstelbaar  droge woestenij
waar het woeste schitteren
zich voortgezet weet dankzij
onze droogstofstortingen

want

waarin vervolgens de slang ook
der woorden  ploft, de afgeknepen
straal geredigeerde mondvochtkwantiteiten
die met het vallen meteen
het droog in verzinkt

dof dof (dof). Ook
nu nog. (dof).

De woorden zijn luid, het is een beestachtig gebrul
gelijk het gebrul der dronkaards als zij niet langer
bij machte
<blockquote>evenwel het valt ons  geruststellend in de oren:
het triomfantelijke brullen in de gang
betreft immers enkel de gegadigden
&amp; het gebrul is het gebrul der gegadigden</blockquote>
</blockquote>


Afdrukbaar haloweengezang van izeganz in pdf-formaat

 

 

Wijl Izeganz’ Halo Weent

(neo-vomitaanse zang in twee bewegingen, opus 84,
op de wijze van as time goes by)

 

van Ramsgate, actually
Alfred North Whitehead
(Ramsgate 1861 – Cambridge USA 1947)

 

GGGWOOUOUUEEEEUAAAIIRIIIIEIEK

(FGu FGuu FGu FGuu Puwie puwiiiieeeh)


Satz A

Het pad is het pad & op het pad is Izeganz
de zanger & Izeganz de zanger murmelt na
tot uit het niets ópkomt het Doverse*** Witkopje


Izeganz de zanger murmelt
in mollig beblazen barstlipbellen
na het in-in-intense vomiteren

na

avondlik bij altaarlicht
na het vomiteren van de geestesslierten
die de maagwand infesteerden, eilaas

belt zich het na al weerom om
tot de protuberans voor van het volgende:

avidja avenika dosa, dwz
de solitaire onwetendheid is onbestaande
& het waterverlichten een hele klus

& dra neemt ook van de hele Izeganz
het veilig in het in der kanunniken
ingeblikt gedachte
maar nu al woest uitslaande
Doverse Witkopje bezit.

Het Doverse Witkopje is alle spijs omdraaiende medogenloos:

het vult hem onmachtig
het rekt hem onwillig
de slaafse krachtenmond,
de slappe huigpotentie
met spraak & talmend taalgelik
in niets van hem geheel & al
toch overlopend dáár te zinderen.

De ogen halfwit
in het grauwe purper
van het populair verGIFte
gelaatsvel wegggedraaid

als Ware het dat van een met After Effects gecoloriseerde derderangsduitser
onder de acteurs van het vierde seizoen van Heroes, trillend
als een wufte rosse bij het prononceren
van de woordjes bifidus activia, zo

vervalt de zanger wederom de door mystieken verzochte
maar opaards kapitaal vervloekte vlucht in
van het bovenzinnelijk geprevel
bij de Vuurrode Spuug- & Hemelmond.

Mmm

mmMMMEUH

mEUH

M.O.N.I.D.V.L.D.**

 

* *
*

 

Satz B.

de bevrijde geest verpulvert het gewetene tot lijst
& biedt het kopje een weids kwetteren
als betrof het een rozhdestvensky uitvoering
van shostakovich´ Derde


de ongehinderde Geest*
springt het woord
dat woord wasbij
op
de

in-
springende regel:

“hier, zo davert hij zich in den stenen
vloer van importantie] [...] [..] [.],

“mijn uitgereikte handkommetje ((((((((((((((

waarin Jij”- de verheven hemeltekenstem sist
nu toch al in vellen slijm & vette rafels
langs de wanden af ter vlugge
bedekking van de lang niet meer zo talrijke
ongeschonden exemplaren engelenvlees -

“Je gewijde krampvingers )))))))))))))))
met het bevoelen belast
van de te ramen quota elan vital

in het wapperzog van de geopende poort
ter volle zaligmaking nog 1 maal klemmen kan:

GEDENK ONS MIJN ZOON, HOE WIJ
primordiaal de letters Zijner Naam pas
strikken kunnen wijl het Laatste Uur
haar voortgang kruipt & dan nog slechts
middels het rigiede excluderen
der storende verlokkingen van klankschalen
& de valselijk oorbindende ritmieken der
genotspatronen [untsoweiter: de scheiding
der divinale machten is helaas een al te langdurige vertoning voor de uitgeshopte & platgestreken jurk- of jukdragers in dit moedwillig
ontijdig gehouden ledenbestand.]

Kan vervolgens aanvangen ( afhankelijk van het aantal beschikbare stemmen):

  • het gesidder in de corpusculaire nexus
  • het jammeren der erfelijk belasten
  • de zegetocht der uitverkoren
  • het wangedrag der bestialen
  • de winstopnamen der wellustigen
  • het louterbergbeklimmen der martelaren
  • het bewieroken der vette potentaten
  • het insnijden der jongste slachtoffertjes
  • de uitbouw van het verzet
  • de fundering der nauwgezette onderzoeken
  • het onfeilbaarheidsbeginsel in zijn scherpste wieken
  • het aanspannen der vezels van de vierschaar
  • het vodje ruiken der bloedhonden aan het afgeworpen vodje der gezochte voortvluchtigen
  • het ijle kopstemmetje in de doodstrijd der gekruisigden [dolby]
  • het afstoffen der opgestelde LCD- & Plasma schermen
  • het opsouperen der pensioenen in de vakantieoorden
  • het aanspoelen (massaal) der bootvluchtelingenlijken
  • het verscherpen van het spreekverbod ter verdoezeling
  • het verhevigde aanwakkeren der angsten
  • het schuimbekkend ontkennen van enige medeschuldigheid
  • de cycli van nieuwe remediën met het denonceren van de vorige
  • het optimaliseren van de net-op-tijd-sterfte der producten
  • het promoten der rood-met-witte paddestoelen
  • het opwarmen der oude kliekjes haatcampagne en vernedering
  • het zich verstoppen achter het ijzeren masker van het humane
  • het allitererende schoonschrift, met rijm en spitsvondigheden
  • het huiselijk gekanker op de vergankelijkheid der oubolligheden
  • het aanschrijven der bankinstellingen om sponsoring
  • de experimenten met 3D & andere hoog-technologische visualisatietechnieken
  • het uitzetten der doelstellingen tussen & bovenop de uitgezette doelstellingen
  • het urenlange uitrafelen ( bij onstelpbaar verdriet) van de keukenhanddoeken
  • het aanvragen der bestekken ter voorlegging aan de geijkte subsidiekanalen
  • het verspreiden der geruststellende geruchten
  • het verspreiden der onrustbarende geruchten
  • het ontkrachten der geruchten door beter ruisende geruchten binnen de eertsgevormden
  • de genadeloze aanklachten in het wanhopige gezicht gespuwd van de moegetergde werkers
  • het stilzitten, solitair of in groep
  • het opnaaien der oude politica d.m.v. synex
  • het vingerwijzen der laatst-ingewekenen
  • het opspuiten der geestesverruimende opiumderivaten
  • het onbenut laten van de mogelijkheid tot een schier eindeloze verderzetting van de eenmaal aangevatte lijst

aldus de niet-temporele akt van het alomvattende & ongehinderde opwaarderen
die terzelfdertijd (?) een creatuur is van de creativiteit als haar (?) voorwaarde.

Finaal: het Doverse Witkopje kan men dus in één volle mannenhand makkelijk met vleugel & borstje & hoofdje omvatten, & aldus geblindeerd als een bolletje van de klippen keilen: het zal quasi onmiddelijk die unieke fladderbewegingen maken die het in de strakke wisselwinden opwaarts brengt, & veilig in de hoge lucht te zaligkwetteren.


(dv, uit Izeganz, of Het Pad van de Wenende Nacht, een illegale Patch voor het
Zangezi programma van Velemir Chlebnikov, Moskou 1922)

———————————————————-

*** Dover? Whitehead is in Ramsgate geboren, da´s een heel andere ferry.

* unfettered mind, cfr. Alfred North Whitehead, Process and Reality – Corrected Edition, ISBN 0-02-934570-7, p. 31

** Menigeen Overigens Nog In De Veronderstelling Leefde Dat ? -apocriefe oerschriftinzage

**** avidja avenika dosa: (incorrecte transliteratie!) cfr Asanga’s MAHAYANASAMGRAHA uitgegeven door Etienne Lamotte, Tome II Fascicule I, Louvain 1938, p.17

Haasje liep het open veld op, waar hij de vertrouwde struiken kon zien, maar daar tussenin was er een ongewone sneeuwbank nu en uit het midden van de sneeuwbank stak er een hoogst merkwaardige zwarte stok die recht naar hem wees. Haasje hief het ene pootje hoog en boog zijn oor naar voren. Plotsklaps lichtte er een paar ogen op in de sneeuwbank. Ze zagen er niet uit als haasjesogen, ze rezen op uit de sneeuw als grote twinkelende gruwelsterren. Wiens ogen waren dat? Waren het de ogen van Mens? Of kwamen ze van het land van Grote Haas, waar hazen op mensen jaagden, waar Mens in vreze enkel ’s avonds zijn neus buiten zijn hol durfde steken, om zich dan naar de groentetuin te reppen, een paar takjes af te ritsen of een koolblad binnen te steken, maar zich dan onmiddellijk het vuur op het lijf haalt van de genadeloze schutters.
Natuurlijk, dacht Haasje, natuurlijk is ‘m dat, dat is Grote Haas, hij is gekomen om zijn kleine neefjes te redden uit de klauwen van Mens. Dus ik zou maar beter beginnen met de heilige ritus van het land.

Haasje huppelde ver de sneeuwvlakte op. Hij maakte elegante buitelingen in de lucht, sprong met uitgestrekte pootjes. Net dan begon de stok te bewegen. De sneeuwbank verschoof, deed een stap voorwaarts. Een paar verschrikkelijk blauwe ogen staarden hem aan over de sneeuw.
Ah, dacht Haasje, het is niet onze grote bevrijder. Het is Mens.

Zijn lijfje werd door angst bevangen. Hij bleef waar hij was, zijn hele lichaam trilde, tot het schot met een streep bloed hem het lijf in de lucht gooide.

Velimir Chlebnikov 1918 – losjes vertaald door dv uit het Engels van Collected Works of Velimir Khlebnikov.Volume II – Prose, Plays and Supersagas. Translated by PaulSchmidt, ed. by Ronald Vroon – ISBN 0-674-14046-X, blz.100-102

Niemand zal ontkennen dat ik jullie Planeet Aarde aan mijn pink draag.

Omdat ik een vredelievend mens ben, ben ik vastbesloten om de gevatte frase “Kop eraf” om te vormen naar het niet minder gevatte “Snor eraf” en het gelijkstellen van stemmen met kanonnenvuur bekijk ik eerder sceptisch, een electoraat dat stemt bij geweerschot in de lucht: het is moeilijk missen als je naar de hemel mikt en dat maakt het inderdaad wel een goede stembus. De Kozakken tegen de slechterikken, de bazen. Ik herinner mij de verschrikkelijke doorbraak bij het fort, toen er slechts twee aanvallers waren uitgeschakeld, en de slaperige verdedigers verhieven hun stem met een nieuwe strijdkreet – “Vanka, ze schieten op ons!”- en ze grabbelden hun geweren en sloegen de aanval succesvol af.

Eén slachtoffer was er toch, met een wonde in het gezicht en die stierf, en de wagenmenner van de dood, een gewone taxichauffeur met een kromme rug en een witte vlag, voerde hem af naar de dodenstad, de lijkkist dwars op zijn kar – en daarnet nog zat hij met ons te lachen.

“Ptaoing” zongen de kogels boven je hoofd elke keer als je je buiten vertoonde. Jonge mannen liepen er rond met omzwachtelde handen in roodbelijnde vesten met gele strepen op hun broeken. Hun gezichten verlevendigden de lege straten als je opkeek van de poort. Eén dokter zat er al kwartier lang in de sneeuw, onder vuur genomen vanaf de omheining,nadat hij zo slim was geweest om een lucifer aan te steken en te roepen ” Wie is er daar?”. Hij was erg verkouden.
Een militante klerk, lang met bruinig haar en het gele lint van de overwinning in zijn knoopsgat, liep door de straten met een vuurwapen in zijn armen.

Het was een spelletje voor de mannen van de loopgraven, een wolkje oorlog dat ze als speleding hadden meegebracht van het front. Ik wist best dat een enkele Kaukasiche bergbewoner, wanneer die in woede ontstoken de taverne uitstoof, méér lijken achter zich zou laten dan deze oorlog overdag. Hoedanook, twee tegenstanders hadden het berenvel in twee gescheurd; twee soldaten dansten op het lijk van een plaatselijke bewoner. Ik wist dat het niet lang meer zou duren vooraleer ze het eens zouden worden. Vooral daar een derde gast aan de witte muren van de stad te kloppen stond – De Pest. Voor de derde keer stond die te roepen “Laat mij erin!”. In ieder geval hadden jullie allemaal genoeg eekhoorntjesvlees om er niet aan ten onder te gaan. Tataren, Bolsjevieken, en een groepje gevangenen hadden heel het fort ondergraven, en aan de klokkentorens van de twee kathedralen, de Russische en de Armeense, ontsproten zwarte nestjes machinegeweren. ´s Nachts beschoten ze elkaar onafgebroken, de echo´s van hun salvo´s sloegen dof in op de stenen spiegels van de stad. De stad loste op in die mistroostigheid. Spoorwegen sloegen oranje uit van de roest, publieke doema´s kwamen samen in de wandelgangen van het justitiepaleizen, hielden er gorgelende toespraken.

En toch was de stad mooi ’s nachts. Doodstil, zoals moslimdorpen, verlaten straten met stroken helder en donker in de hemel. De bedrading in mijn gloeilamp voerde een doodsdansje uit en stierf een zachte dood voor mijn ogen; nu zat ik in het donker. Ik verzon een nieuwe verlichtingsmethode: ik nam Flaubert´s Verleiding van de Heilige Antonius en las heel het boek blad per blad, scheurde het gelezene eruit en stak het in brand om bij het licht daarvan het volgende te lezen. Een menigte namen en godheden flitsten door mijn bewustzijn, verstoorden het nauwelijks, raakten sommige snaren en andere helemaal niet en uiteindelijk krulden al die overtuigingen, waarden en wijsheden van de Planeet Aarde weg in ritselende zwarte as. Toen ik ermee klaar was besefte ik dat ik voorbestemd geweest was om net dit te doen. De scherpe, witte rook van het offer omringde mij. Namen en religies brandden als droge twijgen. Magiërs, priesters, profeten, bezetenen – een mindere vangst in een net van ongeveer een duizend woorden (van de mensheid, haar golven en dimensies) -zij allen waren een bundel twijgen in de handen van een wrede offermeester(R:starets?).

Het verbaasde mij dat Diana zich in walmen en fantasiën wou wentelen.

Het deed mij stilletjes deugd dat de Boeddha een expert bleek in het berekenen der atomen.

En alles samen – in de dagen dat waanzinnige fantasie de stadsgrenzen invadeerde, toen de ploeger en de ruiter vochten voor de lichamen van de stadsmensen, toen Poegachevs woeste ha-ha weergalmde bij de lentemonding van de de Volga – vormde de hoogst instructieve zwarte asse van de derde zwarte roos. De namen van Jesus Christus, Mohammed en Boeddha trilden in de vlammen als de schaapshuid die ik offerde aan het jaar 1918. Als kiezelsteentjes in een transparante golf rolden deze afgesleten namen van mensenfeiten en -fantasiën door Flaubert´s afgemeten cadenzen en verdwenen.

De rook omringde mij. Ik ademde gemakkelijker,vrijer.

Dat was op 26 januari 1918.

Gedurende lange tijd had ik gepoogd dat boek te vermijden, maar zijn horde van mysterieuze klanken vonden een geborgen plaatsje op mijn bureau, en bleef daar tot mijn afgrijzen lang liggen, bedolven onder andere dingen. Alleen toen ik het tot asse had herleid en ik een plotse innerlijke vrede ervoer, begreep ik dat het in zekere zin mijn vijand was geweest.

Ik herinnerde mij hoe sommige dingen een bepaald charme bezaten, dingen die wij prezen, dingen vol waren van de conversatie van iemand die ons dierbaar was, en hoe dan uiteindelijk de tijd komt dat dat plots verdampt, sterft, leeg wordt.

Ik raaakte ervan overtuigd dat dat soort dingen een resonantie bezaten, die onze rede niet kon vatten. Op deze wijze: de mysterieuze klank dat zij omvatten riep een corresponderende vibratie op in onszelf.

En voorafgaand, een paar dagen vóór dat dit gebeurde, had ik met grote trots mijn schedel bewonderd, hem vergelijkende met die van een chimpansee, met dat verhoogde voorhoofd en die vervaarlijke tanden. Ik was vervuld van trots op mijn soort. Hebt u dat ooit ook gevoeld?

Velimir Chlebnikov 1918 – losjes vertaald door dv uit het Engels van Collected Works of Velimir Khlebnokov.Volume II – Prose, Plays and Supersagas. Translated by PaulSchmidt, ed. by Ronald Vroon – ISBN 0-674-14046-X, blz.100-102

Characters:

Voice of Sight
Voice of Hearing
Voice of Reason
Voice of Thought
Voice of Recollection
Voice of Conjecture
Voice of Will
Voice of Joy