Skip to content

TAKKENVLAK

maart 12, 2008

“Wanneer het gewei van het hert uitsteekt boven het groen,
Lijkt het dor hout.
Wanneer het hart zich geheel heeft blootgelegd in woorden,
Zeggen ze: hij is gek.”
Velimir Chlebnikov [1910-1912] (vert. W. G. Weststeijn)

iderden & dv op het Pad van de Wenende Nacht

als een zucht ging het vuur door het cipressenhout,-

in de bleke wisselstand van het ontkleedde heden
sta je bevallig gelokt, in haargolven uitvalsend
het ware ware dat je even was & hevig
als een stormvuur dat vuurstormde,
als de zure zang die zichzelf uitzong & dan maar alles vrat,
als een vreten dat tenslotte ook zichzelf vergat.

Maar nasmeulde niet in het houtskool van toen
de manende vlek van het betekende gruwelijk
een omen van taal op je tong? vergeefs want

alvast ik

in deze kreupele levensbeemd, dit dorre bestek
van ons niet meer minnerige heden
wil ik mij niet al aan je vel geheel vergroeid zien,
je magerte koortsig bij eender welk maanlicht
met een zwermende wildgroei van cellen,
de wriemelende maden van mijn lust uitbenen
tot het puurste blank, de witte ruis
van mijn meest botte gedachte?

& die takken der gekte dan
in hun waanzinnige potje schuimrubber
naakt & brekerig tegen het onmetelijke geheugenhout
te priemen zal ik houden: kijk & neem dit gewei,
het is mijn hart

een vermolmde spier, een verschrompeling van licht
in het lenterige kiemen & kolken bloedrood
van de alom onverbiddelijk aflopende rede

& dit dan de blankwelling óp van het schone
maar paars weldra op de blauw omspannen
hemelbol, opsolferend in de gloeiende asla,
het zwarte helaas van mijn droeve herinnering.

download het mp3-bestand

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers op de volgende wijze: