Skip to content

PWN – vlak 7

november 22, 2007

Trip rondeTrip nieuwe trip

Ruimte ruimte nieuwe dradenRuimte
Iets nieuwe telling

Ruimte heb vele draden. Hoeveel? Bah, een stuk of wat,

  • Iets tussen 1000 en 16000. // systeem doet er een gooi naar

Ruimte oscilleer Iets plus of min 32.

Indien accident, beweeg

  • tot de Tranen de ruimte instuiken.
    Explodeer.

Anders doe gerust verder

Driewerf de muren beefden van het rijk R.
Aanvang dra was het te regenen. Muis stil,
Kat krabde niet, of daarin het woord

Niets. De grond wou inkruipen vergeefs
De arme hond, klankenloos het dikke
Wolkendek jammerde de grijsaard

Aan & aan

Ving het. Drups druppelde eerst
De eerste druppel druppelde over
De tweede de derde vijverachtig in

& bij de duizenden bakten zij dra
De hemelsluizen uit vervloeiend
Vlijtig de pijpen steelsverwijzende.

Geheel zondeloze zondvloed sprak men
Verbaasd eerst nog & schools daarna in
Vreze echter van de nieuwe goden het

Slijk aan van de menselijke dijkbreuken.
In zodanige nattigheid gelijk ontliepen
De zanger Izegang als woorden

De tranen ener donk’re hemelwang:

In deze rijmdwang genesteld
net nog afhangende het zinvolle
zoals de frèle draadlijntjes Xn

uwer klederdracht enkele ogen lang
de graterige schoudertjes aandeden
als was alles geheel oker voortaan

& lichamelijk, de witte ruis van de stad
het wit & de beweging van zijde op huid
als compoort morsende het grafiet. Ik even

onwel verslikte mij verdroogd een diaspora
het zij (1,2,…n) een zee waaraan wij onze
namen konden haken, in golven vergeten

vervolgens als het zij zie, het zij za,
het zij zo. Dit alles vertongkrulde mij
de erostrapserige vertreding van taal,

maar in het leven eerst ter einde
dient men het leven wijselijk uit
te bouwen tot het afslaat in het

niet, niet? Beluisteren wij in deze plus/
min intiem verweven publiekelijkheid
daartoe het KrimGotisch voorafgegane.


Stormt daarin niet het clair-obscure de M
in van het toverwoord? Het stormt. E
brengt het slikik in het spel, terwijl de C

afkapt waar grenzen te dachten staan. A
evenwel kent ons niet alles niet evenmin N
& daarmee zet in al het goud dat niet O

wou maar was de draaiende molen. Olie is L
Op de nakende weerslag der golvende O.
Schier eindeloos de drang tot verdraaing in D

die de dag openbreekt van de lijdende I.
Op aanrechten aller talen te druipen blijft A
staan die eerstom per afstand de lus vraagt aan M.

Gebroken tot licht blijkt de huid het lijf gebrekkig O
Toe te behoren zodat enkel het zingen tot U
in galmen ons indringt. Hoorbaar ook rochelt de R

zich ons ter lering te aarden van het schone de O

From → PWN - teksten

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers op de volgende wijze: