Skip to content

PWN – vlak 6

november 22, 2007

 Duet van Rusthuis De Voorruit met zanger Izeganz

Rusthuis De Voorruit:

Alleen overtuigend mijn liefste ben ik hier niet , zegt er
Eén & dit huis waar het lege gejammer van afdruipt haast,
Ruist met velourse doeken voor befakkelde spelonken
Waarin de geesten rondwaren van oeroude goden. Daar,

Waar stortbeton ter instructie van het algemeen nut
Instorten wil de instructeur van het algemeen nut, dit
Evenwel louter in opdracht van de directeur van het
Uitvoerend comittee van het Derde Decreet van

Algemeen nut. Het Niets, ocharme, niet . Wat niet
Het Niets? Stro
Niet het niets op de plafondbalken
Van uw TuinTerras tuinterras
Van de firma TuinTerras®.

Zwijgt Jef, ge zijt een zeveraar en een dronkaard.
En gij Marie gij zijt een oude, droge pruim met groene
en purperen korsten op.

Je moet er maar ’s op letten, oppert een ander,
als je begint af te tellen kom je elke keer weer uit
bij het enige al dat ons eeuwig openstaat, de deur

is altijd de deur met de vergulde klink naar de deur
die in aanlokkelijk rood significant zwart postgleuft
naar de simplexe deur genummerd nul. O, ach zo,
valt een derde de zucht van kengetal 4 bij, de hogere
reeks in het vlak pensioengerechtigheid. Dan is het

gedurende
langere
tijd

stil. Alleen, zegt er één, ben ik hier overtuigend
niet, mijn liefste &

 

 

 

 

 

 

IZEGANZ:

Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpende in.
Het dons in zal ik vallen van de eindeloze velden
Der golvende trilharen, zo dat onder mijn luttele gewicht
Nauwelijks zich buigen zullen de microvilli, zo
Dat mij opstulpen moeiteloos de pseudopoden
& Ik in het onooglijke vervlinder, pluripatisch
Het klemmende bereik der vorkende kennis
Uitfladder, mij vrij van zin in de schemerzone
Tussen woord en stof verhul. Niet langer
Zult gij mij noemende berichten kunnen, niet langer
Zal mijn naam uw roepen richting geven.
Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpende uit.

Tot ik verzwolgen ben zal ik uw lichaam penetreren.
Geen zestigduizend omwentelingen per minuut
Zullen dan volstaan om iets van mij nog
Uit uw cellen af te scheiden. In deze nietigheid zal ik
Oneindig lang & pluriform in u bestaan.
Geen memoreren evenwel zal nog substantie in mij vinden.
Geen distinctie zal een meternaald mij registrerend doen uitslaan.
Geen kleur heb ik, geen ruimte nog zal ik beslaan.
Mijn woord zal in uw aders hydrofobisch kolken.
U kan uzelf niet zonder mij nog situeren.
Tot ik u ben zal ik uw lichaam penetreren.

Waar gij dwalende uzelven zoekt zult gij mij vinden.
Op markten waar gij stof aan stof houdt met een onverschil
Van kleur & weving, in gaanderijen die gij hopeloos
Om duiding kretend hijgende doorjaagd zonder doel,
Op schermen die u leiden van uw onrust naar de onrust
Om uw dood, bij het naken daarvan in uw laatste woord
Wanneer de zin zich scheiden zal van klank en letters
Wanneer het pure rede lijken aanvang neemt & schijn
Zich in de verste melodiën gaat verschuilen voor het kwijnt
& Smelt wat u van mij verwijderd houdt, wanneer
De muur waarop gij uzelf & mij tot manend woord verschrijft,
Wanneer gij lezende uzelven schrijft, zult gij mij vinden.

 

 

 

Rusthuis De Vooruit:

Sjonge jongen, gij hebt zekers op onze zolders teveel
asbest zitten snuiven. Hier, pakt u een tas thee & volgt
met uw wijsvingertje de lijnen van wat er ons de voorruiten
afglijdt.

From → PWN - teksten

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers op de volgende wijze: