Skip to content

zegepraal van izeganz

november 21, 2007

het triomfantelijk gebrul in de gang betreft de gegadigden
& het gebrul is het gebrul der gegadigden

wij zitten & zittend zitten wij te wachten
wijl het etenstijd is & de werken standhouden

het oponthoud breekt
in het duren uit
dat zich afgemeten weet
& bij zeeën het levensvocht verliest
<blockquote><em>zij dostten zich in beslingerde kwabben
zij sierden met puntigge gaten</em>

<em>zij voerden het kelen &amp; stuiptrekken
quasi smetteloos</em>

<em>uit hunne schoeisels groeiden
de slijmslangen van het kwaad
</em></blockquote>
hun snaren ons in de haren gespannen
hun zweten ons onder de vingernagels gespoten

wij uitmergelen ons tot wij ons
bij de genodigden geschaard weten

het stof wij rond de beenderen ik
zakken ons uit, dan
<blockquote>een verval o zo plots

tot het hoopje woeste schittering
in de onvoorstelbaar  droge woestenij
waar het woeste schitteren
zich voortgezet weet dankzij
onze droogstofstortingen

want

waarin vervolgens de slang ook
der woorden  ploft, de afgeknepen
straal geredigeerde mondvochtkwantiteiten
die met het vallen meteen
het droog in verzinkt

dof dof (dof). Ook
nu nog. (dof).

De woorden zijn luid, het is een beestachtig gebrul
gelijk het gebrul der dronkaards als zij niet langer
bij machte
<blockquote>evenwel het valt ons  geruststellend in de oren:
het triomfantelijke brullen in de gang
betreft immers enkel de gegadigden
&amp; het gebrul is het gebrul der gegadigden</blockquote>
</blockquote>

From → PWN - teksten

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers op de volgende wijze: