Skip to content

PWN – inleiding

november 21, 2007

 [inleidende dogmatiek van de Wenende Nacht]

 

Netwerkconnectie tube nieuwe Netwerkconnectie wees sprekend uw Moedere2;
Tube tubeer:

 

Het gedicht werd ons neergekwakt in klanken, opdat een onweer uit de hemelen losbarsten kon. De druppels klank verhouden zich tot hun klankcontainers zoals de befaamde Constante Vrouw uit een kantersteense vertelling3 zich verhouden kan.

Tot heer Euler4, dan, vraagt ons de kijklichtluisteraar5 Lezer nieuwe lezer? Neen, antwoorden ons de klanken & het kader schuifelt voet: niet gehuwd is zij met Heer Euler, noch bekend in het gemene rond. De kantersteense vertelling is opgetrokken uit woorden, als een gebouw uit bouwelementen. Deze elementen worden afgescheiden door minuscuul ongedierte, van verschillende omvang en geaardheid. Een metavertelling of autonoom bestroomlijnde voeding, terdege geventileerd en van driewegsschakelaars voorzien zal

  • op specifieke wijze,

  • volgens eigen godhebberigheid en

  • statutair naar eigen verdienste genetwerkt

de vertelling in goede banen lijnen. Leiden niet, nee: lijnen. Stippel dit. Het bevoelhoornige, slijmgeharnaste geleedpotige uitslaan van de decibelaire6 lyriek evenwel is van een gans andere orde. Sta mij toe dit te verduitsen. Untsoweiter. Eén ieder is vrijheid van winkelkassa verleend. De hemel speekselt zich ( eng.: feel ) een fluim van de eerste orde: zwemt zij de klank in der afzonderlijke gedichten, toch is zij ontologisch-prioritair eerst aan het issen. Zo ook Nicole Fopman (inserteer de tekenen der fopmanie): ze lijkt op een beeldhouwwerk dat is opgetrokken uit rotsblokken van verschillende kleur en soort, het lichaam een wit-mager gesteente, de borstomtrek en paginering blauw en de ogen reddeloos opaal tot ronduit zwart. Een vertelling door uilen gekoekoekt, vol fladder en tetter waarop de hand echter manhaftig in loze witglans uitschuift. Metavertellingen zijn de transformatoren van een slapper net, waar de stroomsterkte-netafmeting verhoudingseigenwaarde aantoonbaar een fractie bedraagt van die der dichtkwaksels. Bij wijze van rotsblok gebruike de bevolièrde kwinkeleer dan ook geen verhalen, laat staan woorden, maar het gezegde dat finaal van de eerste orde is.

* *

*

Dauw ligt over het zilvermerige rendiermos. De mol schuilt in het hol. Er krispelt iets nieuws in haar leven: men hoort het naaldwoud ruischen. Dit is het pad van de wenende nacht.

Zendmasten schieten onderaardse lezers de hoogte in. Steenrotsen zaaien zich uit over de vlakte tot deze de vlakte is der uitgezaaide steenrotsen. Het HemelNet sta ons bij: dit is het land van Dijlekwijl. Daar stuiven al weg in de gestremde tranenstroom ettelijke elfjes, met blauw-doorschijnende kleefvleugeltjes aan hunne prille lijfjes. De Ploert Poevark nieuwe Ploert wees sprekend uw moedere, dient alras in bedwang gehouden te worden en zoals men weet kan dat in het land van Dijlekwijl al wel’s moeilijk zijn. Er is evenwel geen bladzijde voorzien om hier op uit te wijden, de klanken der volgende stem zijn al streamende en het hier is ook al grotendeels afwezig.

Dit dus, spraken de Kesselse bergen, onderwijl de grond in het hart treffend met een vette bruine, is het pad van de wenende nacht. Als een zwart vlak komen onder onze wortels her en der de stenen platen van de stenen te voorschijn, opperde de Slenger-klümpf7. Ach klump, sprak Ons Tante prozaisch, het is wellicht daarom dat het stenen zijn. De dialoog dreigde te verannpetersen, werd van hogerhand vroegtijdig afgebroken. Nergens is nog een thuis thuis zoals thuis thuis kon zijn thuis. Dit dus, verzuchtten de lezers terwijl zij in hun richtingloze afgeschotenheid verdwaasd de schermdiepten indoken, is het pad van de wenende nacht.

Het pad is niet eens van de gebruikelijke doorlinkfunctionaliteit voorzien, kloegen zij zwartgallig. En een printknop eisten zij nog daarbij, want aan het hoofd hadden zij het druk. Dit, evenwel, beaamde in den treurnis de herhaling zelve, is het pad van de wenende nacht.

Zo is het, spraken de donkere lichamen, uitgerukt voor de laatste grote netwerkOorlog www-II nieuwe netwerkOorlog wees sprekend uw moedere! Zelfs bij de meest nauwlettend bethreadde instantiering kent elke netwerkoorlog haar eigen grillen, methoden en constructuele tekortkomingen. Treuren evenwel is van Mars-Plastic, gelieve te kneedgommen.

En ziet, zo gebeurde: het vlak Vlak I nieuwe vlak wees sprekend uw moedere, strekte zich thans onverholen voor ons uit. Het leek wel zin te hebben in een flinke kleerafscheurige bemaanbottende bewandeling, waarvoor onze oprechte excuses. Het woord onverholen ook was nog herstellende van ene hevige opstrijk de nacht tevoren, zodat het helaas ook hetzelfde datapakket insijpelde waar ook de karakterrollen mol en hol inscholen, bij de dauw over het zilvermerige rendiermos, dan nog wel.

From → PWN - teksten

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers op de volgende wijze: