Skip to content

De Jacht

november 21, 2007

Haasje liep het open veld op, waar hij de vertrouwde struiken kon zien, maar daar tussenin was er een ongewone sneeuwbank nu en uit het midden van de sneeuwbank stak er een hoogst merkwaardige zwarte stok die recht naar hem wees. Haasje hief het ene pootje hoog en boog zijn oor naar voren. Plotsklaps lichtte er een paar ogen op in de sneeuwbank. Ze zagen er niet uit als haasjesogen, ze rezen op uit de sneeuw als grote twinkelende gruwelsterren. Wiens ogen waren dat? Waren het de ogen van Mens? Of kwamen ze van het land van Grote Haas, waar hazen op mensen jaagden, waar Mens in vreze enkel ’s avonds zijn neus buiten zijn hol durfde steken, om zich dan naar de groentetuin te reppen, een paar takjes af te ritsen of een koolblad binnen te steken, maar zich dan onmiddellijk het vuur op het lijf haalt van de genadeloze schutters.
Natuurlijk, dacht Haasje, natuurlijk is ‘m dat, dat is Grote Haas, hij is gekomen om zijn kleine neefjes te redden uit de klauwen van Mens. Dus ik zou maar beter beginnen met de heilige ritus van het land.

Haasje huppelde ver de sneeuwvlakte op. Hij maakte elegante buitelingen in de lucht, sprong met uitgestrekte pootjes. Net dan begon de stok te bewegen. De sneeuwbank verschoof, deed een stap voorwaarts. Een paar verschrikkelijk blauwe ogen staarden hem aan over de sneeuw.
Ah, dacht Haasje, het is niet onze grote bevrijder. Het is Mens.

Zijn lijfje werd door angst bevangen. Hij bleef waar hij was, zijn hele lichaam trilde, tot het schot met een streep bloed hem het lijf in de lucht gooide.

Velimir Chlebnikov 1918 – losjes vertaald door dv uit het Engels van Collected Works of Velimir Khlebnikov.Volume II – Prose, Plays and Supersagas. Translated by PaulSchmidt, ed. by Ronald Vroon – ISBN 0-674-14046-X, blz.100-102

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers op de volgende wijze: